Staatsgeheimen beter beveiligd

De ministerraad heeft op 16 januari 2004 ingestemd met een nieuw voorschrift voor de beveiliging van 'bijzondere informatie' binnen de rijksdienst. Daardoor kunnen staatsgeheimen en andere vormen van kwetsbare informatie bij de rijksoverheid beter worden beveiligd.

Het nieuwe voorschrift stelt extra beveiligingseisen aan het gebruik van moderne informatie- en communicatietechnologie bij de behandeling van bijzondere informatie. Zo bevat het voorschrift eisen met betrekking tot de opslag, verwerking en transport van bijzondere informatie in geautomatiseerde informatiesystemen en de toegang tot deze systemen.

Het voorschrift sluit beter aan bij de onlangs vernieuwde regelgeving van EU en NAVO voor de beveiliging van kwetsbare informatie. Iedere minister is op zijn eigen terrein zelf verantwoordelijk om de beveiliging op het vereiste niveau te brengen en te houden. Om de beveiliging te stimuleren rapporteert de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties eens in de twee jaar aan de ministerraad over de beveiliging van bijzondere informatie binnen de rijksdienst. Als daartoe aanleiding bestaat kan hij de AIVD een onderzoek laten instellen naar de beveiliging van bijzondere informatie bij een ministerie in overleg met de betrokken minister. De minister van Defensie kan de MIVD vragen een onderzoek in te stellen naar de beveiliging van bijzondere informatie op het ministerie van Defensie.

Het nieuwe voorschrift vervangt de uit 1989 daterende regeling voor de beveiliging van staatsgeheimen. Alle informatie binnen de rijksdienst wordt overigens beveiligd volgens het Besluit voorschrift informatiebeveiliging 1995. Voor bijzondere informatie zijn, met het oog op het kwetsbare karakter van deze informatie, naast de algemene regels extra beveiligingseisen noodzakelijk. Het nieuwe voorschrift treedt per 1 maart 2004 in werking.