De start van een AIVD-onderzoek

De inhoud van deze webpagina wordt nog aangepast aan de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 die per 1 mei in werking is getreden.

De AIVD start een onderzoek als het vermoeden bestaat dat de nationale veiligheid in het geding is.

In overleg met partners is over langere periode vastgelegd naar welke thema’s de AIVD onderzoek doet. Binnen die thema’s onderzoekt de AIVD ontwikkelingen, personen en organisaties.

Beginnen met minst ingrijpende inlichtingenmiddel

Als de AIVD onderzoek gaat doen, verloopt dat in fases. Eerst wordt gestart met het zoeken in open en semiopen bronnen of bijvoorbeeld sociale media. Als uit dit onderzoek blijkt dat iemand met zijn activiteiten mogelijk een gevaar vormt voor de veiligheid van ons land, dan mag de AIVD bijzondere inlichtingenmiddelen inzetten. De AIVD mag die inzetten als blijkt dat een bijzondere bevoegdheid noodzakelijk is voor het verdere onderzoek.

De wet schrijft voor dat moet worden begonnen met het lichtste middel, bijvoorbeeld door bij een provider belgegevens op te vragen. Deze metadata, wie heeft met wie gebeld, kan een goed beeld geven. Als de verkregen informatie leidt tot de behoefte aan meer informatie, kan voor een zwaarder middel worden gekozen. Denk aan het plaatsen van een telefoontap.

Inzet van middelen kent strikte regels

Voor de inzet van bijzondere inlichtingenmiddelen is vooraf toestemming nodig. Met de zwaarte van het middel, varieert ook degene die toestemming verleent. Bijzondere inlichtingenmiddelen mogen niet langer dan nodig worden ingezet. De toestemming voor een dergelijk middel duurt maximaal drie maanden.

Als het relevant is voor het onderzoek, kan informatie worden opgevraagd bij buitenlandse collega-diensten en kan de inlichtingendienst van de politie bijdragen aan het onderzoek. Tips van burgers kunnen een toevoeging zijn aan het onderzoek, of vormen soms zelfs de aanleiding om een onderzoek te starten.