Screent de AIVD kandidaat-gemeenteraadsleden?

Een van de taken van de AIVD is eventuele dreiging tegen de democratische rechtsorde te onderkennen. Bij het kiezen en samenstellen van gemeenteraden stelt de AIVD zich echter zeer terughoudend op. De democratie moet haar werk doen. Toch kan de dienst in bepaalde gevallen een rol krijgen. De integriteit van de openbare sector, waaronder gemeenteraden, is immers essentieel voor het goed functioneren van de democratie.

Verantwoordelijkheid voor kandidaat-raadsleden ligt bij politieke partijen

Een kandidaat-raadslid is zelf verantwoordelijk voor zijn eigen integriteit. Politieke partijen hebben wel een verantwoordelijkheid voor de samenstelling van hun kandidatenlijst. Om de integriteit van beoogde kandidaten te toetsen, hebben zij de volgende mogelijkheden. De partij kan

  • een uitgebreid curriculum vitae vragen aan de beoogde kandidaat;
  • een opgave vragen van nevenfuncties vragen aan de beoogde kandidaat;
  • een verklaring omtrent het gedrag (VOG) vragen te overleggen;
  • referenten en informanten over de beoogde kandidaat horen.

Pas na eigen onderzoek eventueel taak voor AIVD

Bestaan er na het eigen onderzoek van een partij naar de integriteit van een beoogd kandidaat-raadslid nog bedenkingen tegen deze persoon, dan kan de voorzitter van de politieke partij via de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een informatieverzoek bij de AIVD indienen.

Als de AIVD een verzoek krijgt om naslag te doen, dan maakt de dienst aan de hand van de bedenkingen van de partijvoorzitter een eigen afweging: kan de persoon vanuit de positie die hij krijgt een gevaar vormen voor het voortbestaan van het democratisch bestel? Alleen als het antwoord op deze vraag ‘ja' is, kan het informatieverzoek in behandeling worden genomen, omdat dit dan valt binnen de wettelijke taakstelling van de AIVD.

Naslag in eigen systemen AIVD

De AIVD verricht naar aanleiding van het informatieverzoek naslag in de eigen systemen ten aanzien van de betrokken persoon met de gegevens die de partijvoorzitter heeft aangedragen. De minister van BZK meldt in een ambtsbericht aan de partijvoorzitter of de aangedragen persoon of zijn activiteiten al dan niet een risico vormt voor de integriteit van de openbare sector. De Commissie van Toezicht voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten hier ook over geïnformeerd.

AIVD doet onderzoek bij vermoeden risico voor nationale veiligheid

De AIVD kan ook besluiten nader onderzoek in te stellen. Dat kan alleen als het resultaat van de naslag, gecombineerd met de gegevens die zijn verstrekt door de partijvoorzitter, leidt tot het ernstige vermoeden dat het kandidaat-raadslid de nationale veiligheid kan schaden. Deze persoon wordt dan zelf onderwerp van onderzoek. Dit onderzoek moet wel vallen binnen de wettelijke taakomschrijving van de dienst.

Soms geeft AIVD ongevraagd advies

Het is ook mogelijk dat de AIVD in een lopend onderzoek stuit op een persoon die als kandidaat-raadslid op een van de lijsten staat. Als blijkt dat deze een risico oplevert voor de integriteit van de openbare sector, dan informeert de AIVD de partijvoorzitter spontaan, dus zonder dat de partijvoorzitter hiervoor zelf een verzoek heeft ingediend.

Kandidaat-raadsleden ondergaan geen veiligheidsonderzoek

De term 'screening' staat niet als zodanig in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten genoemd. Het onderzoek dat daarbij het dichtst in de buurt komt, is een veiligheidsonderzoek. Veiligheidsonderzoeken worden alleen gedaan naar personen die voor een zogeheten vertrouwensfunctie in aanmerking willen komen. Het lidmaatschap van een gemeenteraad kan vanwege grondwettelijke beperkingen niet worden aangewezen als vertrouwensfunctie. De AIVD kan daarom geen veiligheidsonderzoek instellen naar een kandidaat-gemeenteraadslid.

De taak om op verzoek van de minister van BZK naslag te doen naar een kandidaat-lid van een vertegenwoordigend orgaan geldt voor alle gekozen volksvertegenwoordigers op centraal en decentraal niveau. Dus ook voor Eerste en Tweede Kamerleden  en leden van Provinciale Staten. Dit geldt ook voor leden van het Europees Parlement.