De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten

De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) werd in 2002 in gebruik genomen en regelt de instelling, taakstelling en bevoegdheden van de AIVD en de MIVD.

In de Wiv 2002 is verder de aansturing van en controle op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten vastgelegd. Ook voorziet de Wiv 2002 in een uitputtende inzageregeling.

Naar aanleiding van het rapport van de commissie-Dessens in 2013 is besloten om de Wiv 2002 in de jaren erna te herzien en moderniseren: meer mogelijkheden, betere waarborgen voor de privacy.

 Willen de diensten hun taken adequaat kunnen blijven uitvoeren, is het namelijk noodzakelijk dat de bevoegdheden en bijbehorende waarborgen meegaan met de tijd. Door voortschrijdende technologische ontwikkelingen lopen inmiddels bijna alle datastromen (telefonie, internet, e-mail en sociale media) via datakabels. Ook terroristen die aanslagen willen plegen in Europa of strijden in buitenlandse conflictgebieden maken hier veelvuldig gebruik van, bijvoorbeeld voor rekrutering en commandovoering.

De bescherming van het high tech bedrijfsleven, de vitale sectoren en de overheid tegen cyberaanvallen vergt ook een modernisering van de wet.

De nieuwe wet stelt extra voorwaarden om de privacy van Nederlandse burgers zo goed  mogelijk beschermen. De bevoegdheid om tevens kabelgestuurde telecommunicatie te onderzoeken, gaat gepaard met een  uitbreiding van de controle. Inzet van de bevoegdheden vindt doelgericht plaats, met een onafhankelijke bindende toetsing vooraf en toezicht tijdens de inzet en achteraf.