De nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten

De nieuwe Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten (Wiv) is eind oktober naar de Tweede Kamer gestuurd. Het parlement heeft daarop besloten om de komende periode een hoorzitting te houden en een schriftelijke vragenronde te houden. Daarna zal het debat over de aanpassing van de huidige wet in de Tweede Kamer worden gevoerd.

De AIVD en MIVD hebben op deze nieuwe wet aangedrongen. De huidige wet, op basis waarvan de diensten opereren, is gedateerd. De traditionele inlichtingenmethoden als volgen, observeren, het opvangen van telefoongesprekken in de ether, radioverkeer en gerichte taps zijn afkomstig uit het arsenaal van de 20e eeuw en leveren steeds minder op. In de 21ste eeuw communiceren terroristen, net als wij, in bits en bytes, met smartphones, tablets en andere communicatiemiddelen. Ook wordt ons land bedreigd door cyberaanvallen.

Dreiging eerder onderkennen

Om het werk dus goed en effectief te kunnen doen, moeten de diensten daar ‘zijn’ waar de informatie is. Op de digitale snelwegen. De nieuwe wet voorziet dan ook in de bevoegdheid om zeer  gericht interceptie op de ‘kabel’ uit te mogen voeren. Andere landen hebben hun wetten al aangepast om dit mogelijk te maken. Zij boeken daarmee aantoonbaar meer resultaat bij de vroege onderkenning van geplande aanslagen, radicalisering, cyberaanvallen en spionage.

Breed draagvlak voor modernisering wet

Het kabinet is van mening dat ook onze diensten deze ruimere bevoegdheden moeten krijgen om nog goed te kunnen functioneren in de huidige tijd en dat daartoe de huidige wet moet worden aangepast. Het wordt daarin gesteund door de Commissie-Dessens, die de huidige wet heeft geëvalueerd, de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten en de Raad van State.

Ruimere bevoegdheden, betere waarborgen

We bevinden ons in een delicate tijd waarin enerzijds maatregelen voor de veiligheid van onze burgers moeten worden genomen, maar anderzijds juist die maatregelen te nemen die overeenstemmen met de fundamentele waarden waarop onze rechtsstaat is gestoeld. Daarbij zijn het recht op veiligheid en privacy belangrijke principes.

In de nieuwe Wet is een goede balans tussen beiden gevonden: aan de ene kant ruimerere bevoegdheden om kabel gebonden informatie te onderzoeken, aan de andere kant extra waarborgen op het gebied van privacy.

Onafhankelijk toezicht vooraf en achteraf

Deze balans tussen veiligheid en privacy is in de nieuwe wet beter geregeld door toezicht van onafhankelijke commissies. Zij doen dit straks niet alleen achteraf, maar na de wetswijziging ook vooraf door een toetsingscommissie. Op deze manier is het werk van de diensten in de nieuwe wet beter juridisch verankerd dan ooit te voren.