Hoe komt de AIVD aan zijn inlichtingen?

De inhoud van deze webpagina wordt nog aangepast aan de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 die per 1 mei in werking is getreden.

Om de wettelijke taken uit te kunnen voeren, heeft de AIVD bepaalde bevoegdheden. Deze staan beschreven in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv 2002). Wat wij allemaal mogen en kunnen, is dus niet geheim. Wij geven alleen geen openheid over hoe en waar wij die bevoegdheden inzetten.

De bijzondere bevoegdheden van de AIVD

De bijzondere bevoegdheden van de AIVD zijn:

  • het volgen en observeren van mensen en daarbij observatie- en registratiemiddelen inzetten;
  • het inzetten van mensen om gegevens te verzamelen en bepaalde handelingen te verrichten, daarbij mag een dekmantel worden gebruikt;
  • het oprichten en inzetten van rechtspersonen (bedrijven, organisaties) om operaties te ondersteunen;
  • het doorzoeken van woningen en andere besloten plaatsen en voorwerpen;
  • het openen van brieven, e-mails en andere geadresseerde zendingen;
  • het onderzoeken van de inhoud van computers (en andere zogenaamde geautomatiseerde werken);
  • het tappen, ontvangen, opnemen en afluisteren van gesprekken, telecommunicatie (zoals telefoon) of andere vormen van (geautomatiseerde) communicatie;
  • het ongericht ontvangen en opnemen van communicatie door de ether;
  • het opvragen van gegevens bij aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten.

Eisen aan de inzet van inlichtingenmiddelen

Voor alle bevoegdheden (ook wel bijzondere inlichtingenmiddelen genoemd) geldt dat deze alleen mogen worden toegepast wanneer dat strikt noodzakelijk is voor de taakuitvoering van de dienst. Daarnaast moeten wij ons hierbij houden aan twee eisen:

  • proportionaliteit: de inzet van het middel moet in verhouding staan tot het doel waarvoor het wordt ingezet;
  • subsidiariteit: de inzet van een minder ingrijpend middel volstaat niet om hetzelfde effect te bereiken.

De bevoegdheden mogen niet langer dan noodzakelijk worden ingezet. Wij mogen deze bevoegdheden bovendien niet inzetten bij het uitvoeren van veiligheidsonderzoeken of de veiligheidsbevorderende taak.

Bevoegdheden die diep ingrijpen in iemands privacy, zoals afluisteren, mag de dienst niet zomaar toepassen. Dat kan en mag alleen als de minister van BZK daarvoor toestemming heeft gegeven. Voor andere, minder ingrijpende bevoegdheden zoals volgen en observeren van personen, geeft de directeur-generaal van de AIVD toestemming.