Afluisteren

Afluisteren is een van de bijzondere bevoegdheden die de AIVD kan toepassen bij het verzamelen van informatie. Dit kan gaan over het afluisteren van telefoongesprekken, maar ook over het tappen van het internetverkeer.

Voorwaarden voor toepassing bevoegdheden

Het afluisteren is daarbij gericht op een specifieke persoon of organisatie. Het gaat niet om het onderscheppen van een communicatiestroom om die te onderzoeken op specifieke kenmerken (bulkinterceptie).

Voor de inzet van bijzondere inlichtingenmiddelen gelden strikte voorwaarden, zoals dat er geen andere mogelijkheden meer zijn om het doel te bereiken. Het mag dus niet zomaar. Er moet zijn voldaan aan de vereisten van noodzakelijkheid, subsidiariteit en proportionaliteit. De wet schrijft voor dat iedere 3 maanden de minister bekijkt of voortzetting van de inzet nog gerechtvaardigd is.

‘Verschoningsgerechtigden'

De Wiv 2002 sluit niemand uit bij de inzet van bijzondere bevoegdheden, en kent dus ook het fenomeen ‘verschoningsgerechtigden' niet, zoals dat in het strafrecht wel bestaat. Dat zijn personen die vanuit hun vakgebied een geheimhoudingsplicht hebben, zoals artsen, advocaten en geestelijken. In beginsel kunnen dus ook gesprekken van en met hen worden afgeluisterd. Dit kan zich, bijvoorbeeld in het geval van een advocaat, op twee manier voordoen:

  • de advocaat wordt zelf afgeluisterd in het kader van de nationale veiligheid: de advocaat kan hierbij zelf in de aandacht van de dienst staan (target) óf hij is de enige ingang voor de AIVD om bij een ander persoon uit te komen (non-target);
  • de telefoon van een target wordt afgeluisterd, en deze voert een gesprek met zijn advocaat.

Bijzonderheden vastgelegd in intern beleid

Hoewel strikt genomen de wet geen uitzonderingen kent, zijn inmiddels wel aanvullende voorwaarden vastgelegd in intern beleid. Wij houden rekening met de bijzondere positie van deze groep.

Voorop staat dat de AIVD terughoudend is met het afluisteren van communicatie, en al helemaal bij communicatie van en met verschoningsgerechtigden. Afluisteren mag alleen na toestemming van de minister, zoals bij elke tap, die er in dit geval telkens expliciet op moet worden gewezen dat het de inzet van de afluisterbevoegdheid op een verschoningsgerechtigde betreft. Ook is de termijn korter. Iedere maand moet de minister toestemming geven om de tap te verlengen.

De bevoegdheid van afluisteren is opgenomen in artikel 25 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (Wiv 2002).

Controle en toezicht

De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) controleert achteraf of de AIVD zijn bevoegdheden rechtmatig uitoefent en rapporteert daarover aan de Tweede Kamer. De CTIVD heeft al meerdere keren getoetst of de bijzondere waarborgen die gelden voor verschoningsgerechtigden door de diensten worden nageleefd.

Wijzigingen in de wet voor journalisten

Eind 2014 is een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend om in de Wiv 2002 een bepaling op te nemen over de uitoefening van bijzondere bevoegdheden jegens journalisten, die direct of indirect is gericht op het achterhalen van hun bronnen.

Aanleiding voor deze wetswijziging is een uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zogenaamde Telegraafzaak. De wijziging houdt in dat voorafgaande toestemming van de rechtbank Den Haag nodig is als de AIVD een bijzondere bevoegdheid wil inzetten op een journalist als dat tot doel heeft om diens bron te achterhalen.

Bekijk ook de pagina over interceptie van telecommunicatie.