Onderschepping telecommunicatie

De inhoud van deze webpagina wordt nog aangepast aan de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 die per 1 mei in werking is getreden.

In de wereld van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is telecommunicatie van oudsher een belangrijke bron van informatie bij de onderzoeken naar dreiging voor de nationale veiligheid.

Het belang van onderscheppen van telecommunicatie is alleen maar groter geworden omdat de personen die binnen het onderzoek van de AIVD vallen, net als iedereen, steeds meer gebruik maken van telecommunicatie- en internetdiensten.

Vroeger bestond telecommunicatie vooral uit de vaste telefoon-, fax- en radioverbindingen. Later kwamen daar met de komst van internet en mobiele telefonie veel mogelijkheden bij, zoals het gebruik van draadloze netwerken, sms-verkeer, internetapplicaties enzovoort.

Telecommunicatie kan op drie manieren plaatsvinden:

  • via een draadloze verbinding (niet-kabelgebonden), ook wel aangeduid als communicatie via de ether (bijvoorbeeld satellietverbindingen)
  • via een kabel (glasvezel- en koperverbindingen waaronder mobiel verkeer)
  • via een combinatie van de bovenstaande mogelijkheden.

Inhoud en metadata

Telecommunicatie bestaat uit de boodschap van het bericht (inhoud) en alle voor het transport toegevoegde gegevens (metadata), bijvoorbeeld een telefoonnummer, een IP-nummer, een e-mailadres of locatiegegevens.

Bij het onderscheppen van telecommunicatie die niet gericht is op een bepaalde persoon of organisatie, worden in eerste instantie alleen metadata vergaard. Metadata zijn minder omvangrijk en kunnen sneller worden geanalyseerd. Het vergaren van metadata betreft bovendien een minder zware inbreuk op de privacy.

De analyse van de metadata geeft aanwijzingen over of de bijbehorende inhoud van het verkeer relevant kan zijn voor de AIVD-onderzoeken. Voor de onderzoeken van de AIVD is het overgrote deel van de data niet relevant. Mochten de gegevens wel van belang zijn, dan wordt na een zorgvuldig beoordelingstraject toestemming aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gevraagd om ook de inhoud van het verkeer nader te bekijken.

Wat mag en wat moet volgens de wet

De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (Wiv 2002) geeft de AIVD de bevoegdheid om telecommunicatie te onderscheppen, op te slaan, te doorzoeken en kennis te nemen van de inhoud. Maar dat mag niet onbelemmerd en niet onbeperkt. Hoe dichter een onderzoek op de inhoud van communicatie komt, des te zwaarder is de inbreuk op de privacy en des te strenger het toestemmingsproces.

Ongericht versus gericht onderscheppen van telecommunicatie

In de huidige wet wordt onderscheid gemaakt tussen het ongericht en gericht onderscheppen van telecommunicatie.

Ongericht onderscheppen van telecommunicatie (kan alleen in de ether)

  • Voor het onderscheppen is vooraf geen toestemming nodig.
  • Je weet nog niet precies wie of wat je zoekt, maar kent wel bepaalde kenmerken.
  • Er wordt telecommunicatie onderschept van meerdere gebruikers, niet alleen van mogelijk interessante personen of organisaties.
  • Je kent nog niet alle kenmerken, zoals mobiel nummer en/of mailadres van een persoon of organisatie.
  • Je verwacht in bepaalde communicatiestromen relevante communicatie aan te treffen met betrekking tot specifieke onderwerpen, personen of organisaties.

Gericht onderscheppen van telecommunicatie (kabel en niet-kabel):

  • Je moet hier vooraf toestemming voor hebben gekregen.
  • Je weet wie of wat je zoekt: de communicatie van persoon of organisatie 'x'.
  • Je kent unieke kenmerken, zoals een mobiel nummer en/of e-mailadres van persoon 'x'.
  • Je mag de inhoud van de telecommunicatie bekijken.

Kabel versus niet-kabel

Hierboven wordt een verschil aangegeven tussen het onderscheppen van kabelgebonden en niet-kabelgebonden telecommunicatie. Dat is een onderscheid dat in de huidige wet stringent wordt aangehouden. De praktijk is dat telecommunicatie zowel via de kabel als door de lucht gaat. Voorbeeld: een telefoongesprek naar Australië gaat niet over één ‘lijn', maar wordt meestal over een ‘verzameling van kabel- en etherverbindingen' verzonden. Ook wanneer hiervoor een internetverbinding of mobiele telefoon wordt gebruikt. Of telecommunicatie via de kabel of niet via de kabel gaat, zegt niets over de inhoud, bereik, of type communicatiemiddelen. De AIVD mag ongericht alleen niet-kabelgebonden communicatie onderscheppen.

Toestemming

De toestemming voor het onderscheppen, ontvangen, opslaan, onderzoeken en kennisnemen van de inhoud van telecommunicatie is precies in de wet vastgelegd. Hoe dichter een onderzoek op de inhoud van communicatie komt, des te zwaarder is de inbreuk op de privacy en des te strenger het toestemmingsproces.

Ongericht onderscheppen van telecommunicatie (niet-kabelgebonden)

Ongerichte onderschepping van telecommunicatie via bijvoorbeeld satellieten vereist geen toestemming van de minister, omdat nog geen kennis wordt genomen van de inhoud en dus volgens de wet geen sprake is van inbreuk op het telefoon- en telegraafgeheim.

In die ´bulkdata´, die via ongerichte onderschepping is verkregen, kan vervolgens een selectie worden gemaakt van telecommunicatieverkeer van een specifieke persoon of organisatie. Voor de selectie is toestemming van de minister vereist, omdat het inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer. Na het selecteren mag kennis genomen worden van de inhoud van de communicatie. (artikel 27, Wiv 2002).

De AIVD moet het verzoek goed onderbouwd aan de minister voorleggen. In dat verzoek moet staan waarom het toepassen van die bijzondere bevoegdheid noodzakelijk is, of de inbreuk op de privacy opweegt tegen het doel dat ermee bereikt moet worden (proportionaliteit) en of de informatie niet op een andere, minder ingrijpende, manier verkregen kan worden (subsidiariteit).

Gericht onderscheppen van telecommunicatie

De AIVD mag telecommunicatie ook gericht onderscheppen, ontvangen, opslaan, onderzoeken en kennisnemen van de inhoud. De AIVD is bevoegd om openbare telecommunicatienetwerken en diensten, met inbegrip van internetverkeer, op basis van specifieke kenmerken ‘real time' te tappen, het klassieke ‘afluisteren'. (artikel 25 Wiv 2002).

Ook bij de aanvraag voor gerichte interceptie moet de AIVD beargumenteerd ingaan op de noodzakelijkelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit van de inzet van dit middel.

Toezicht

De AIVD staat onder toezicht van de onafhankelijke Commissie van Toezicht voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). De CTIVD houdt toezicht op de rechtmatige uitvoering van de taken van de AIVD (en de MIVD). De CTIVD heeft ook mermalen onderzoek verricht naar de inzet van ongerichte interceptie (Signal Intelligence) door de AIVD en MIVD. De rapporten hierover zijn terug te lezen op de site van de commissie.

Daarnaast is de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) van de Tweede Kamer belast met de parlementaire controle op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. In deze commissie zitten de fractievoorzitters van de Tweede Kamer.

Zie ook