Inlichtingenofficier

Hallo, ik ben inlichtingenofficier bij de AIVD. ‘Officier' betekent niet dat ik in uniform loop. Zo noemen ze dat gewoon.

Ik ben net bezig om wat informatie op een rij te zetten. De politie meldde mij namelijk dat een meisje is opgepakt toen zij 's nachts een vleesfabriek met verf bekladde met de tekst ‘Vlees is Moord'. Ik had wel eens eerder gehoord dat zij contact had met beruchte dierenrechtenextremisten. Dat zijn mensen die proberen om personen en bedrijven die met dieren werken bang te maken of hen met geweld willen laten stoppen met dit werk. Met die laatste informatie probeer ik in te schatten of zij ook gewelddadig kan worden.

Wat houdt het werk van inlichtingenofficier in?

Een inlichtingenofficier zamelt van alle kanten informatie in. Dat noemen wij dan inlichtingen. Die gegevens komen uit kranten, van internet, maar bijvoorbeeld ook van andere overheidsinstanties.  Maar natuurlijk krijg ik ook informatie van de politie, zoals over een bekladding die met mijn onderzoek te maken heeft. En ik krijg informatie uit zogeheten bijzondere inlichtingenmiddelen. Dat betekent dat ik bijvoorbeeld verslagen van telefoongesprekken van de vertaler krijg, waar ik belangrijke informatie uit haal. Of van een acquisiteur die buiten de deur mensen heeft gesproken die informatie geven over een bepaald persoon. Misschien zit bij bovengenoemd meisje wel iemand in de klas of op de sportvereniging die zich zorgen maakt over haar en ons dat graag wil vertellen. Het verzamelen van inlichtingen is een soort puzzel waarvan je de stukjes bij elkaar zoekt, om te kijken of iemand gevaarlijk is of juist niet.

Hoe kom jij aan je gegevens?

De AIVD mag op een bijzondere manier onderzoek doen. Wij willen zaken boven water halen die niet direct zichtbaar zijn en waarvan de gevolgen soms ernstig kunnen zijn. Daarvoor moet je soms ingrijpende middelen inzetten. Het is gelukkig niet aan iedereen toegestaan om telefoons af te luisteren, om microfoons in een huis of in een kantoor te plaatsen of om mensen te volgen. Ook de AIVD mag dat niet zomaar. Ik, als inlichtingenofficier, bedenk hoe wij op de beste manier aan informatie komen. Ik beslis dat niet alleen. De rest van het team denkt ook mee en ook de juristen van de dienst kijken mee of het wel mag van de wet. Het belangrijkste is dat ik aan de minister moet vragen of deze ook vindt dat er afgeluisterd mag worden.

Naar hoeveel mensen doe jij onderzoek?

Over veel zaken kan ik niet praten. De AIVD vertelt wel in grote lijnen naar wat voor mensen en groeperingen wij onderzoek doen. Dat staat ook in ons jaarverslag. We hebben zelfs verteld hoeveel mensen wij hebben afgeluisterd in 2009. Maar op veel zaken gaan wij niet verder in, omdat wij dan verklappen wat wij weten. Wij heten niet voor niets een geheime dienst. Niet iedereen hoeft te weten wat ik precies doe en weet. Ook houd ik voor me wat ik allemaal níet doe, omdat ik dan ook al veel prijsgeef over het onderzoek. Sommige mensen denken daardoor dat de AIVD iedereen in de gaten houdt. Dat is onzin, omdat dat helemaal niet nodig is. Bovendien zou dat niet kunnen, dan zouden er veel meer mensen bij de AIVD moeten werken.

Wat doe jij met al die informatie?

De ene inlichtingenofficier verzamelt de informatie en een andere krijgt de informatie van mij en vat die gegevens samen in een rapport. Die persoon noem je een analist. De analist staat wat verder van het echte puzzelwerk af en bepaalt of mijn informatie inderdaad belangrijk genoeg is voor een rapport. Dat kan een analyse voor onszelf zijn, voor de directeur maar ook voor de minister. Dat geeft een beeld van hoe ernstig of juist niet een dreiging is. Soms willen wij andere overheidsinstanties zoals justitie waarschuwen. Het gaat dan niet om diefstal of door rood licht rijden, maar om zaken die de nationale veiligheid raken. Dan vertellen wij hen dat wij hebben gehoord dat iemand gevaarlijke plannen heeft. Zo'n rapport heet een ambtsbericht. De officier van justitie kan dan de politie opdracht geven om met onze informatie zelf onderzoek te gaan doen.

Praat je zelf ook met mensen?

Ik ga niet zelf de straat op om met mensen te praten. Daarvoor hebben wij speciale mensen in dienst die dat goed kunnen, acquisiteurs. Wel bedenk ik samen met de acquisiteur of wij mensen weten die ons zouden kunnen helpen. Die noem je menselijke bronnen. Niet iedereen wil zomaar met ons praten. Ook is niet iedereen geschikt om met ons samen te werken. Zo moeten wij erop kunnen vertrouwen dat de mensen niet tegen ons liegen. Ook is het niet verstandig als zij aan iedereen vertellen dat zij met ons praten.

Heb je ook contact met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten?

Als het onderzoek erom vraagt, dan kan ik contact hebben met buitenlandse diensten die soortgelijk werk doen. Het is namelijk niet zo dat bijvoorbeeld dierenrechtenextremisme alleen in Nederland speelt. In Engeland hebben ze veel ervaring met deze vorm van extremisme. Maar die samenwerking zie je ook bij andere onderzoeken binnen de AIVD. Terrorisme zie je ook in heel veel andere landen. Daarbij kan je elkaar helpen. Als ik zie dat een persoon in mijn onderzoek veel contacten heeft met iemand uit een ander land over extremistische zaken, dan kan ik in dat land informatie opvragen. In Europa werken de diensten goed samen, op meerdere vlakken.

Waarom doe je zo geheimzinnig over wie je bent?

De mensen naar wie ik onderzoek doe, zijn het niet eens met zoals sommige dingen in ons land gaan. Iedereen is wel eens ontevreden met beslissingen die door het parlement zijn genomen of met wetten die in ons land gelden. Daar kan je ook tegen demonstreren, als je dat wilt. Zo mag je vinden dat vrouwen, homoseksuelen of buitenlanders minder rechten horen te hebben of dat mensen te wreed omgaan met dieren. Maar als iemand bereid is om het recht in eigen hand te nemen en probeert mensen met geweld te dwingen om iets te doen of juist te laten, dan is die persoon ondemocratisch bezig. Het zou verkeerd zijn als wij dat toelieten.

Veel van de mensen die ik onderzoek, zijn bereid om met geweld te dreigen of het zelfs te gebruiken. Zij zijn er niet blij mee dat ik hen in de gaten houd. Daarom is het niet verstandig om te vertellen hoe ik precies heet, hoe ik eruit zie en waar ik woon. Ik ben dus ook niet de persoon die je op het plaatje ziet.