Samenwerking met buitenlandse diensten

De inhoud van deze webpagina wordt nog aangepast aan de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 die per 1 mei in werking is getreden.

Voor een goede informatiepositie van de AIVD is samenwerking met buitenlandse collega-diensten van groot belang.

De gegevens die de dienst door samenwerking krijgt, versterken de bestaande informatiepositie van de AIVD. Hierdoor is de dienst beter in staat risico's voor de nationale veiligheid in te schatten.

Wat is samenwerking?

Samenwerking bestaat grotendeels uit het uitwisselen van gegevens. Daarnaast worden er met bepaalde collega-diensten gezamenlijke operaties uitgevoerd en wordt bijvoorbeeld technische ondersteuning verleend. Ook vinden er expertmeetings plaats van onder andere technici, juristen en andere deskundigen. Verder wordt samengewerkt op het gebied van personeelsopleidingen en -trainingen. De intensiteit en de frequentie van de samenwerking verschilt sterk.

Als de AIVD samenwerkt met buitenlandse diensten op Nederlands grondgebied, dient dit te gebeuren onder leiding en sturing van de AIVD. Het is niet toegestaan dat buitenlandse diensten zelfstandig op Nederlands grondgebied opereren.

Voorwaarden voor samenwerking

Voordat de AIVD gaat samenwerken met een buitenlandse inlichtingen- en/of veiligheidsdienst, wordt zorgvuldig bekeken of deze dienst hiervoor in aanmerking komt. Hier zijn diverse criteria voor opgesteld, waaronder het respect voor de mensenrechten, de democratische inbedding, de taken, professionaliteit en betrouwbaarheid van de dienst in kwestie, de wenselijkheid van de samenwerking in het kader van internationale afspraken de bevordering van de taakuitvoering en de mate van wederkerigheid.

Derde partijregel

De AIVD mag verkregen informatie alleen verder doorgeven als hiervoor toestemming is van de dienst waarvan deze informatie afkomstig is. Andersom geldt dit ook; als de AIVD informatie gegeven heeft aan een buitenlandse dienst, mag die dienst deze informatie alleen verder verstrekken als hier toestemming van de AIVD voor is.

Bij gegevensuitwisseling tussen diensten wordt in verband met bronbescherming doorgaans niet vermeld waar de informatie vandaan komt.

Wettelijk kader

Artikel 36 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (Wiv2002) bepaalt dat de AIVD bevoegd is gegevens te verstrekken aan daarvoor in aanmerking komende inlichtingen- en veiligheidsdiensten van andere landen. De dienst vraagt zich bij gegevensuitwisseling altijd af of de verstrekking ervan aan die specifieke dienst noodzakelijk en geoorloofd is in het kader van zijn wettelijke taakuitvoering of ter ondersteuning daarvan.

In artikel 59 van de Wiv2002 staat dat het hoofd van de dienst zorg moet dragen voor het onderhouden van verbindingen met daarvoor in aanmerking komende inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Het gaat hier om het verstrekken van gegevens en om het verlenen van technische en andere vormen van ondersteuning op verzoek van een buitenlandse dienst.

Samenwerking vindt alleen plaats als de belangen van de buitenlandse dienst niet in strijd zijn met de belangen van de AIVD en als de Nederlandse dienst zijn taken goed kan uitvoeren. De taken van de AIVD zijn ondergeschikt aan de wet. Dit houdt in dat de normen, grond- en mensenrechten die in de grondwet zijn vastgelegd, horen tot de belangen die de AIVD moet behartigen. De AIVD mag dus geen gegevens verstrekken als dit tot gevolg heeft dat mensenrechten geschonden zullen worden.