Afluisteren van gesprekken

De AIVD mag gericht personen of organisaties afluisteren als dat voor een lopend onderzoek noodzakelijk is. We onderscheppen dan specifiek de (inhoud van de) communicatie van bepaalde personen. Voor afluisteren gelden strikte voorwaarden.

Wat is afluisteren?

Wanneer we spreken van afluisteren, ook wel aftappen, doelen wij op het onderscheppen van communicatie van een specifieke persoon of organisatie. We luisteren dan bijvoorbeeld mee met de gesprekken die deze persoon voert, of lezen de berichten die deze persoon met anderen uitwisselt.

Het kan daarbij gaan om telefonische gesprekken, maar ook om online communicatie. Wij onderscheppen dus ook mails, chats en sms-berichten.

Afluisteren is dus iets anders dan de bevoegdheid voor het onderzoeken van digitale datastromen. In dat geval richten we ons niet zozeer op één persoon of organisatie, maar op een omgeving waarbinnen wij verwachten dat er informatie voorbij komt die van belang is voor een inlichtingenonderzoek. Dus als wij vermoeden dat over een bepaalde fiber van een internetkabel vaak spionagemalware vanuit een bepaald land Nederland binnenkomt.

Afluisteren gebeurt niet zomaar

Aftappen valt onder de zogenaamde bijzondere bevoegdheden van de dienst. Die bevoegdheden mogen wij alleen onder zeer strenge voorwaarden inzetten.

Doelgericht, noodzakelijk, gepast en de enige manier

  • Het afluisteren moet gericht zijn op het doel dat wij met onze onderzoeken nastreven en waar de regering ons opdracht voor heeft gegeven. (doelgerichtheid)
  • Het moet noodzakelijk moet zijn om af te luisteren, dus er moet een dreiging voor de nationale veiligheid bestaan. (noodzakelijkheid)
  • De inbreuk op de privacy van mensen moet in verhouding staan tot het doel dat we ermee bereiken: het terugdringen van dreiging. (proprotionaliteit)
  • Er mag geen ander, minder zwaar middel voorhanden zijn om de benodigde informatie te verkrijgen. (subsidiariteit)

Toestemming minister en akkoord onafhankelijke toetsingscommissie nodig

Als wij vinden dat wij aan de eisen voldoen om het middel 'afluisteren' in te zetten, moeten wij de minister voor de daadwerkelijke inzet om toestemming vragen. Die toestemming moet daarna getoetst worden door een onafhankelijke commissie. Als deze oordeelt dat er niet genoeg redenen zijn om iemand af te luisteren, dan gaat het niet door. Heeft de minister eenmaal toestemming verleend en is de commissie het hiermee eens, dan geldt de toestemming voor een periode van maximaal drie maanden.

Alleen gericht afluisteren

Het afluisteren van de telecommunicatie van een bepaald(e) persoon of organisatie vereist een telefoonnummer of een ander technisch kenmerk zoals een e-mail- of een ip-adres dat hoort bij de betreffende persoon. In ons toestemmingsverzoek aan de minister moeten wij dus duidelijk vermelden wie wij willen afluisteren, en om welk telefoonnummer of technisch kenmerk het gaat.

Gericht afluisteren betekent dat we de communicatie ván en mét de persoon mogen afluisteren. Dus wij zien en horen ook de berichten die door anderen worden gestuurd aan de persoon die 'onder de tap' staat. Wij mogen alleen de informatie bewaren die van belang is voor het onderzoek.

De wet houdt ook rekening met de mogelijkheid dat iemand steeds verschillende nummers of aliassen gebruikt. Als zeker is dat de identiteit van die persoon achter die nummers of technische kenmerken telkens dezelfde is, mogen wij ook die nummers of kenmerken afluisteren, zonder dat wij daar telkens opnieuw toestemming voor hoeven vragen.