Het veiligheidsonderzoek

Het uitvoeren van veiligheidsonderzoeken is een wettelijke taak van de AIVD, die staat beschreven in de Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo).

Om een vertrouwensfunctie te mogen vervullen, dient de (kandidaat-)vertrouwensfunctionaris in het bezit te zijn van een verklaring van geen bezwaar (VGB). Om een VGB te verkrijgen, ondergaat de functionaris een veiligheidsonderzoek. Dit veiligheidsonderzoek wordt uitgevoerd door de Businessunit Veiligheidsonderzoeken van de AIVD. Ook de Koninklijke Marechaussee (KMar) en de Nationale Politie voeren veiligheidsonderzoeken uit onder mandaat van de AIVD.

Afhankelijk van de aard van een vertrouwensfunctie wordt deze ingedeeld op niveau A, niveau B of niveau C. De AIVD hanteert bij de uitvoering van veiligheidsonderzoeken drie typen onderzoeken voor deze niveaus: het A-, B- en C-onderzoek. Het A-onderzoek is hiervan het meest diepgaand.

Wat zijn de aandachtsgebieden bij een veiligheidsonderzoek?

In een veiligheidsonderzoek wordt onderzocht of bij de (kandidaat-)vertrouwensfunctionaris persoonlijke gedragingen of omstandigheden zijn die hem kwetsbaar (kunnen) maken bij de uitvoering van zijn functie, zoals verslavingsproblematiek, financiële kwetsbaarheid, niet integer of onverantwoordelijk gedrag. In A- en B-veiligheidsonderzoeken wordt ook de partner meegenomen. Een uitgebreider toelichting op de gedragingen en omstandigheden waarnaar gekeken wordt, is te lezen in de Leidraad persoonlijke gedragingen en omstandigheden.

Afhankelijk van de vertrouwensfunctie wordt in het veiligheidsonderzoek specifiek onderzoek gedaan naar risico's die samenhangen met:

  • terrorisme, radicalisering en extremisme;
  • spionage en verspreiding van massavernietigingswapens;
  • zware, georganiseerde criminaliteit en ondermijning van de democratische rechtsorde, verwevenheid van onder- en bovenwereld;
  • het vervullen van een boegbeeldfunctie in de (semi)publieke en private sector.

De AIVD toetst op specifieke aandachtspunten die samenhangen met een vertrouwensfunctie, op basis van dreigings- en risicoanalyses afkomstig uit de eigen AIVD-organisatie.

Criteria

In het veiligheidsonderzoek wordt u op vier criteria getoetst.

  • Eerlijkheid: bent u eerlijk over relevante feiten en informatie?
  • Onafhankelijkheid: kunt u onafhankelijk functioneren, los van verslaving of financiële problemen?
  • Loyaliteit: bent u loyaal aan de Nederlandse samenleving en de democratische rechtsorde?
  • Integriteit: kunt u uw vertrouwensfunctie integer vervullen; zet u zich gewetensvol in voor de opgedragen taken en bevoegdheden?

Om hier antwoord op te krijgen, onderzoekt de AIVD:

  • of u in het verleden te maken heeft gehad met justitie en zo ja, op welke manier;
  • of u deelneemt of steun verleent aan staatsgevaarlijke activiteiten;
  • of u lid bent van antidemocratische organisaties;
  • uw gedrag en omstandigheden. Dit om inzichtelijk te krijgen of u onder alle omstandigheden de verplichtingen die horen bij de vertrouwensfunctie kunt nakomen.

Hoe verloopt een veiligheidsonderzoek?

Een veiligheidsonderzoek wordt uitsluitend aangevraagd door een werkgever van een (kandidaat-)vertrouwensfunctionaris die een aangewezen vertrouwensfunctie gaat vervullen. De werkgever vult hiervoor het formulier Aanvraag Veiligheidsonderzoek (AV) in. De (kandidaat-)vertrouwensfunctionaris vult het vragenformulier Opgave Persoonlijke Gegevens (OPG) in. Deze twee formulieren vormen de basis voor het veiligheidsonderzoek en worden door de werkgever naar de AIVD gestuurd, waarop de aanvraag direct na ontvangst in behandeling wordt genomen. Kijk hiervoor bij de digitale formulieren veiligheidsonderzoek.

De AIVD heeft bij de uitvoering van een veiligheidsonderzoek toegang tot een groot aantal informatiebronnen. Zo is er onder meer toegang tot de Centrale Justitiële Documentatie voor justitiële gegevens, de Basisregistratie Personen (voorheen Gemeentelijke Basisadministratie) voor gegevens over bijvoorbeeld de verblijfplaats en Bureau Kredietregistratie voor kredietinformatie. Ook wordt gekeken naar antecedenten over een persoon in het eigen AIVD-systeem.

Naast de bovengenoemde informatiebronnen kan een persoonlijk gesprek plaatsvinden met een onderzoeker van de AIVD. Ook kan met personen uit de omgeving van de (kandidaat-) vertrouwensfunctionaris worden gesproken. Ieder veiligheidsonderzoek is maatwerk, omdat een VGB wordt afgegeven voor een bepaalde persoon op een specifieke functie.

Bij veiligheidsonderzoeken mag de AIVD geen bijzondere inlichtingenmiddelen inzetten, zoals afluisteren of volgen. Dit is zo geregeld in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) 2002. Wel mag de AIVD op basis van artikel 17 van de Wiv zich in het veiligheidsonderzoek wenden tot derden om informatie te verkrijgen als daar aanleiding voor is.

Verblijf in het buitenland

De beoordelingstermijn, ook wel terugkijkperiode genoemd, van het veiligheidsonderzoek is voor een A-onderzoek tien jaar en voor een B- en C-onderzoek acht jaar. Voor een partner geldt dat er in een A- en B-onderzoek vijf jaar wordt teruggekeken. In een C-onderzoek wordt de partner niet meegenomen.

Wanneer een (kandidaat-)vertrouwensfunctionaris in deze periode langere tijd (een aaneengesloten periode van minimaal 3 maanden) in het buitenland heeft verbleven, dan doet de AIVD navraag bij de inlichtingen- en/of veiligheidsdienst van dat desbetreffende land. Op die manier probeert de AIVD een zo compleet mogelijk beeld te krijgen over de vertrouwensfunctionaris. De AIVD heeft voor veiligheidsonderzoeken met veel landen een samenwerkingsrelatie. Er zijn echter ook landen waarmee de AIVD die niet heeft. Redenen hiervoor kunnen zijn:

  • ondemocratische inbedding van de desbetreffende inlichtingen- en/of veiligheidsdienst;
  • de wijze waarop de dienst mensenrechten respecteert;
  • de kwaliteit en betrouwbaarheid van de gegevens die deze dienst verstrekt;
  • de wijze waarop de dienst omgaat met vertrouwelijke gegevens.

Wanneer de (kandidaat-)vertrouwensfunctionaris langdurig in een land heeft verbleven waarmee de AIVD geen samenwerkingsrelatie heeft, kan hem een VGB worden geweigerd omdat er onvoldoende gegevens bekend zijn om te kunnen beoordelen of er voldoende waarborgen zijn dat de vertrouwensfunctie zonder risico's kan worden vervuld.

Kijk voor meer informatie over verblijf in het buitenland in de toelichting op artikel 3 van de 'beleidsregel beoordelingsperiodes en onvoldoende gegevens veiligheidsonderzoeken'.

Hoe lang duurt een veiligheidsonderzoek?

De wet bepaalt dat het veiligheidsonderzoek binnen acht weken moet worden afgerond. Wanneer informatie van een derde partij noodzakelijk is, bijvoorbeeld wanneer iemand voor een langere periode in het buitenland is verbleven, bestaat de mogelijkheid dat het onderzoek langer duurt dan acht weken.

Het herhaalonderzoek

Elke vijf jaar kan opnieuw onderzoek worden gedaan om te kijken of er wijzigingen zijn in uw persoonlijke situatie. Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om een herhaalonderzoek aan te vragen.

U hoeft voorafgaand aan dit herhaalonderzoek geen toestemming te geven. U wordt wel altijd geïnformeerd over het herhaalonderzoek en u wordt verzocht om een nieuw formulier ‘Opgave persoonlijke gegevens' in te vullen.