Wat houdt een vertrouwensfunctie in?

Binnen uw organisatie zijn vertrouwensfuncties aangewezen of u verkent de mogelijkheden daartoe. Niet elk bedrijf of organisatie kan zomaar vertrouwensfuncties aanwijzen.

Vertrouwensfuncties komen onder meer voor bij de Rijksoverheid, de Nationale Politie, de burgerluchtvaart, defensieorderbedrijven en bedrijven binnen de vitale sectoren.

Wat is een vertrouwensfunctie?

Als een organisatie in alle redelijkheid te nemen fysieke en organisatorische beveiligingsmaatregelen heeft genomen, kan er toch nog een restrisico overblijven voor de nationale veiligheid of democratische rechtsorde. In dat geval kan een vertrouwensfunctie aangewezen worden. In deze functie is het mogelijk om misbruik te maken van kennis of bevoegdheden, waardoor de nationale veiligheid bedreigd wordt. Bijvoorbeeld

  • functies waarin structureel omgang is met staatgeheime of gevoelige informatie, zoals ambtenaren die staatsgeheime documenten kunnen inzien of medewerkers van vitale bedrijven die inzage hebben in kwetsbare gegevens;
  • functies waarin toegang is tot mogelijke doelwitten of middelen voor een aanslag of spionage;
  • functies waarin zelfstandig en ongecontroleerde toegang is tot vitale bedrijfsprocessen, die langdurig kunnen worden verstoord zonder dat daarvoor bijzondere barrières hoeven te worden genomen;
  • functies op sleutelposities in een organisatie waarin de democratische rechtsorde wordt bewaakt, bijvoorbeeld Nederlandse ambassadeurs in het buitenland.

Wie bepaalt of een functie een vertrouwensfunctie is?

Of een functie een vertrouwensfunctie is, wordt bepaald door een minister. Dit doet de minister niet alleen, maar samen met de werkgever en de AIVD. De minister wijst vertrouwensfuncties aan op basis van vastgestelde criteria voor de ambtenaren op zijn eigen departement, eventuele onderdelen daarvan en bij organisaties en bedrijven die onder een beleidsterrein vallen waarvoor hij politieke verantwoordelijkheid draagt. De verantwoordelijk minister wordt ook wel de ‘vakminister' genoemd. Zo is bijvoorbeeld de minister-president verantwoordelijk voor het Koninklijk Huis, de minister van Veiligheid en Justitie voor de beveiliging van de burgerluchtvaart, de minister van Economische Zaken voor de sector gas en elektriciteit en de minister van Infrastructuur en Milieu voor de zeehavens.

Om ervoor te zorgen dat de aanwijzing van vertrouwensfuncties binnen en buiten de Rijksoverheid door de verschillende vakministers op dezelfde wijze plaatsvindt, is de Leidraad aanwijzing vertrouwensfuncties opgesteld.