Rob Bertholee bij opening Ad de Jonge centrum UvA

Het hoofd van de AIVD, Rob Bertholee, noemde het 'bijzonder' dat een wetenschappelijk centrum van de Universiteit van Amsterdam genoemd is naar oud-medewerker, Ad de Jonge. Bertholee sprak vandaag bij de opening van het centrum voor Inlichtingen- en Veiligheidsstudies.

Het hoofd van de AIVD constateerde dat het centrum en de dienst de nodige raakvlakken hebben: hetzelfde interessegebied en een vergelijkbare manier van werken (methodieken en analyse, cryptologie, datamining, historisch onderzoek). Zelfs in de samenstelling van het bestuur van het centrum zag Bertholee overeenkomsten: "Het is net zo gemêleerd als de medewerkerspopulatie bij de AIVD".

Van elkaar leren

Het Ad de Jonge centrum richt zich in onderzoek en onderwijs op het werk van inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de interactie met veiligheidsbeleid, grondrechten en privacy. "Privacy is een groot grondrecht," onderstreepte Bertholee, "maar er is geen grotere inbreuk op grondrechten dan een terroristische aanslag. Dus dat moeten we voorkomen." Bertholee sprak de hoop uit in de toekomst wederzijds contact te hebben: "Er is niets mis met een extra kritische blik op het werk van de dienst, naast alle bestaande controle-instanties."

AIVD moet ruim 30 procent inleveren

Ook ging het hoofd tijdens zijn toespraak nog in op de geplande bezuiniging in het regeerakkoord. Het budget van de AIVD wordt naar 2018 toe met 70 miljoen euro per jaar gekort, "maar wij gaan niet bij de pakken neerzitten. We blijven ons werk doen, we moeten voorkomen dat het ten koste gaat van de slagkracht van de dienst."

Ad de Jonge als BVD'er

De vernoeming van het centrum naar Jonkheer W.A.H. (Ad) de Jonge is bijzonder. Bertholee gaf aan dat de AIVD nu nog steeds voortbouwt op de methodieken uit de tijd van Ad de Jonge.

De Jonge was als student tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet gegaan, gevangen genomen door Duitsers en naar concentratiekamp Natzweiler gestuurd. Na de oorlog werkte hij bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst en werd uiteindelijk hoofd Staf Buitenlandse Politiek werd. De Jonge genoot een grote, internationale reputatie als inlichtingen- en veiligheidsanalist.