
Extremisme
Een veelvoud aan dreigingen die met elkaar samenhangen
De AIVD onderzoekt personen en organisaties die – door de doelen die zij nastreven, dan wel door hun activiteiten – aanleiding geven om te vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde, dan wel voor de (fysieke) veiligheid of voor andere gewichtige belangen van de staat. Vanwege de aard van hun doelen en activiteiten, duidt de AIVD een deel van deze bewegingen aan als extremistische bewegingen. De AIVD verstaat onder extremisme: het uit ideologische motieven bereid zijn om niet-gewelddadige en/of gewelddadige activiteiten te verrichten die de democratische rechtsorde ondermijnen.
De democratische rechtsorde kan worden ondermijnd op niet-gewelddadige en gewelddadige manieren. Voorbeelden van niet-gewelddadige manieren zijn systematisch haatzaaien, doelbewust desinformatie verspreiden, en demoniseren en intimideren. Onder gewelddadige methodes vallen bijvoorbeeld mishandelingen, brandstichtingen of ernstigere vormen van geweld. Een uiterste vorm van extremisme is terrorisme: uit ideologische motieven (dreigen met het) plegen van op mensenlevens gericht geweld of op het aanrichten van maatschappij-ontwrichtende schade met als doel (een deel van) de bevolking ernstige vrees aan te jagen, maatschappelijke verandering te bewerkstelligen en/of politieke besluitvorming te beïnvloeden.
In 2025 richtten de onderzoeken van de AIVD zich op beide vormen van dreigingen, binnen met name het islamitisch extremisme, anti-institutioneel extremisme, links-extremisme en rechts-extremisme. De eerstvolgende hoofdstukken gaan hierop in.
Beeld: © ANP
Een medewerker van de Dienst Speciale Interventies. Ambtsberichten van de AIVD stelden de politie afgelopen jaar in staat verschillende arrestaties te verrichten. Daarmee zijn hoogstwaarschijnlijk geweldsdreigingen weggenomen. De AIVD bracht onder meer ambtsberichten uit over jihadistische, anti-institutionele en rechts-extremistische dreigingen.
Islamitisch extremisme
- De belangrijkste terroristische dreiging komt nog altijd voort uit het jihadisme.
- ISIS probeert aanhangers via propaganda te inspireren tot aanslagen of deze, ondanks de wereldwijde druk op de organisatie, zelf te organiseren.
- De jihadistische beweging in Nederland bestaat voornamelijk uit ISIS-aanhangers.
- Opvallend aan 2025 is de verdere toename aan jongeren (tot 24 jaar) en het aantal personen over wie de AIVD een ambtsbericht heeft uitgebracht.
Ook in 2025 komt de belangrijkste terroristische dreiging voort uit het jihadisme. In december 2025 werd dit geïllustreerd door een grote aanslag in Sydney, Australië bij Bondi Beach, gericht op Joodse deelnemers aan een Chanoeka-viering.
Jihadisme
De jihadistisch-terroristische dreiging tegen Nederland komt vrijwel geheel vanuit ISIS. Deze dreiging komt deels van (aspirant-)aanslagplegers die verbonden zijn met en aangestuurd worden door ISIS. Het andere deel van deze dreiging komt van ISIS-aanhangers die zonder contact met ISIS geïnspireerd worden tot aanslagplanning, of die in sommige gevallen via online contact met ISIS-leden daartoe worden aangezet.
Aangestuurde dreiging ISIS
De toenemende dreiging vanuit ISIS heeft de afgelopen jaren geleid tot versterkte offensieve activiteiten tegen ISIS. Zo pleegden lokale autoriteiten in samenwerking met internationale partners verschillende interventies in onder meer Pakistan en Syrië. Ook startte in Puntland, Somalië, een militair offensief tegen ISIS. Daarmee namen de capaciteiten van ISIS af. Maar ISIS is veerkrachtig en beschikt over een groot aanpassingsvermogen. Op het moment dat de druk op ISIS minder wordt, zal de dreiging van door hen aangestuurde aanslagen relatief snel weer toenemen.
Daarnaast houdt de AIVD aandacht voor de dreiging die uitgaat van netwerken en personen in Europa die aan ISIS zijn gelieerd. De afgelopen jaren hebben verschillende leden van deze netwerken plannen ontwikkeld voor een aanslag. Een Tadzjieks ISKP-lid dat in Nederland woont, is op 21 juli 2025 veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijfenhalf jaar voor lidmaatschap en financiering van ISIS.
In de zomer van 2024 werden verschillende personen aangehouden in België, Duitsland en Oostenrijk vanwege mogelijke aanslagplannen. Het merendeel van deze personen is inmiddels vrijgelaten of uitgezet naar landen van herkomst. Door de aanhoudingen, uitzettingen en druk op ISIS buiten Europa is de terroristische dreiging die uitgaat van deze netwerken op dit moment afgenomen. Op termijn kunnen deze netwerken weer actief worden, als ISIS in staat is zijn capaciteiten te vergroten en plannen te ontwikkelen om aanslagen aan te sturen in Europa.
Daarnaast blijven er sporadisch (oud-)ISIS-leden uit Syrië opduiken in Nederland en andere Europese landen. De AIVD zet met nationale en internationale partners in op onderkenning en verstoring van deze individuen en netwerken. Op 26 mei 2025 zijn twee Syrische mannen aangehouden naar aanleiding van een ambtsbericht
ISIS-aanhangers in Nederland
Hoewel de druk op ISIS wereldwijd in 2025 is toegenomen, heeft dat zich niet vertaald in een afname van de dreiging van aanhangers in Nederland, of van de aantrekkingskracht of bereikbaarheid van ISIS online. In 2025 heeft de AIVD over negentien individuen ambtsberichten uitgebracht in het kader van jihadisme. Bij elf van hen had de AIVD aanwijzingen voor een op handen zijnde geweldsdreiging. De politie heeft hen naar aanleiding van deze ambtsberichten aangehouden. Zes van hen waren op dat moment jonger dan 24.
De toename van het aantal pro-ISIS jongeren (tot 24 jaar) die in onderzoek zijn bij de AIVD is verder toegenomen. Jongeren vormen inmiddels een derde van de jihadistische onderzoekspopulatie. Op socialemediaplatformen is het jihadistisch gedachtegoed breed beschikbaar en eenvoudig toegankelijk. Dit komt mede door de activiteiten van jonge jihadisten die op grote schaal jihadistische content online plaatsen, beheren en/of verder verspreiden. Deze platforms zijn daarnaast de belangrijkste verzamelplaats voor jonge jihadisten. Zij kunnen daar op laagdrempelige wijze gelijkgestemden ontmoeten. In veel gevallen blijven deze contacten oppervlakkig en vertalen deze zich niet door in verdiepte contacten of fysieke netwerkvorming.
Incidenteel neemt de AIVD waar dat jonge jihadisten hun online contact omzetten naar (ook) offline contact. Zo ook bij de acht personen die de politie in april 2025 heeft aangehouden. Hoewel in algemene zin onzeker is in hoeverre jonge jihadisten bereid zijn te handelen naar hun zorgwekkende uitspraken, achtte de AIVD een geweldsdreiging mogelijk van een aantal personen binnen dit netwerk. Daarom bracht de AIVD ambtsberichten uit, die mede tot deze aanhoudingen leidden. Hun online radicalisering past in het beeld dat de AIVD schetste in de publicatie Een web van haat (april 2025).
De AIVD gaat niet alleen de dreiging van aanslagen tegen. De AIVD probeert de groei van de jihadistische beweging tegen te gaan, door online netwerkvorming en de verspreiding van het gedachtegoed te verstoren. Zo waren de ambtsberichten van de AIVD in zeven gevallen (mede) gericht op het beperken van het opruiende en radicaliserende effect van dergelijke online activiteiten. Daarnaast zet de AIVD in op het voorkomen van uitreizen door jihadisten vanuit Nederland om zich bij ISIS aan te sluiten. Bij het uitbrengen van ambtsberichten in 2025 waren er vier gevallen aanwijzingen over een mogelijke uitreis. Hoewel de planvorming hiertoe slechts sporadisch concrete vormen aanneemt en ISIS op veel plekken in de wereld moeilijk bereikbaar is, lijkt de interesse in uitreizen aan te houden onder de aanhangers. Hetzelfde is het geval bij personen in andere Europese landen.
Hamas
De AIVD doet onderzoek naar de mogelijke dreiging vanuit de terroristische organisatie Hamas tegen de nationale veiligheid. De AIVD heeft twee handelingsvormen onderkend van Hamas in Europa, uiteenlopend van activistisch tot mogelijke voorbereidingen voor terroristische handelingen. Ten eerste is in Europa al jaren een ‘politiek’ netwerk actief dat financiële steun voor Hamas verwerft en zich in Europa bezighoudt met activisme, lobby- en andere beïnvloedingswerkzaamheden. In Nederland is een tiental personen actief dat aan dit Europese netwerk te verbinden is. Dit Hamas-netwerk in Nederland is ook al jaren actief met propaganda, lobbywerk en fondsenwerving voor Hamas (in Gaza). Ten opzichte van 2024 heeft de AIVD meer duidelijkheid gekregen over de betrokkenheid van het Hamas-netwerk in Nederland bij pro-Palestina- en anti-Israëlprotesten. Zo ziet de AIVD dat dit netwerk betrokken is bij bredere organisaties die demonstraties organiseren namens een groter deel van de Palestijnse gemeenschap. In 2025 hebben deze demonstraties niet geleid tot gewelddadige incidenten. De AIVD constateert wel dat deze demonstraties kunnen leiden tot verdeeldheid in de samenleving.
De tweede handelingsvorm is aan het licht gekomen via een aantal aanhoudingen in Europa: aan Hamas te relateren personen waren – op aansturing van Hamas-leden in Libanon – betrokken bij het (ver)bergen en (ver)plaatsen van vuurwapens en munitie. Het lijkt erop dat Hamas bezig was met het opbouwen van gewelddadige capaciteiten in Europa. Het is echter vooralsnog niet duidelijk met welk doel dit werd opgebouwd en aangestuurd. Enkelen van deze aangehouden personen worden, naast het lidmaatschap van Hamas, ook verdacht van het voorbereiden van aanslagen op Joodse en/of Israëlische doelen. De strafrechtelijke onderzoeken lopen nog.
Anti-institutioneel extremisme
- Ambtsberichten van de AIVD hebben in 2024 en 2025 geleid tot de aanhouding van twee grote groepen geweldsbereide anti-institutioneel extremisten en de vondst van vuurwapens, grote hoeveelheden munitie en andere potentiële aanslagmiddelen, zoals zwaar vuurwerk, ontstekers en castorbonen. Hiermee is de gewelddadige dreiging die uitgaat van deze twee groepen weggenomen.
- Anti-institutioneel extremisme kan leiden tot terrorisme.
Vuurwapens, een grote hoeveelheid munitie en castorbonen, het hoofdingrediënt voor het gif ricine: zaken die de politie aantrof bij de aanhouding van acht personen in het kader van een onderzoek naar anti-institutioneel extremisme, in juni 2025. Zij zijn aangehouden na ambtsberichten van de AIVD. Een deel van deze groep wordt verdacht van aan terrorisme gerelateerde feiten.
In 2024 was al een andere groep van tien personen aangehouden op verdenking van terrorisme. In november 2025 oordeelde de rechtbank dat er geen sprake was van een terroristische organisatie, maar wel van een criminele organisatie die opruide tot een terroristisch misdrijf. Door te pleiten voor lokale milities en burgerarresten konden anderen bewogen worden tot het daadwerkelijk overgaan tot bewapening en fysiek geweld. Een deel van de groep werd daarnaast veroordeeld voor verboden wapenbezit. Het OM is in beroep gegaan tegen een deel van de uitspraak, omdat het OM het niet eens was met het oordeel van de rechtbank dat drie van de verdachten geen criminele of terroristische organisatie vormden.
In het kader van anti-institutioneel extremisme bracht de AIVD in 2025 over 14 personen een ambtsbericht uit. Bij 13 personen was dit in het kader van anti-institutioneel terrorisme.
Anti-institutioneel extremisten geloven dat een kwaadaardige elite mensen wil onderdrukken, tot slaaf maken of vermoorden. De coronapandemie en de toen getroffen maatregelen blijven belangrijke onderwerpen binnen deze beweging. En net als in 2024, was migratie in 2025 een belangrijk thema. Door massamigratie toe te staan of te stimuleren zou de elite de bevolking nog verder kunnen onderdrukken. Dit brede kwaadaardige-elite-narratief vindt weerklank binnen alle lagen van de bevolking. Van een zeer klein deel van de aanhangers gaat een gewelddadige dreiging uit. Zij richten zich op mensen die deze elite zouden vertegenwoordigen.
Regelmatig ontvangen onder andere bewindspersonen, deurwaarders, journalisten, rechters en lokale bestuurders bedreigingen uit anti-institutioneel extremistische hoek. Enkelen geven aan daarom te willen stoppen met de functie.
Gewelddadige uitingsvormen
Bovengenoemde twee rechtszaken laten zien dat deze nieuwe vorm van extremisme ook een gewelddadige vorm kan aannemen. Verschillende Europese veiligheidsdiensten constateren hetzelfde, in relatie tot vergelijkbare groeperingen in het eigen land. Het gaat hierbij echter om een zeer kleine minderheid van de anti-institutioneel extremisten.
Anti-institutioneel terrorisme vormt een ander type dreiging dan bijvoorbeeld jihadistisch terrorisme of rechts-terrorisme. Zo zijn geweldsbereide anti-institutioneel extremisten ouder dan geweldsbereide aanhangers van andere extremistische stromingen: zij zijn veelal 45+ en radicaliseren op latere leeftijd. Ook is het ontbreken van radicaliserende tieners een opmerkelijk verschil met de recente ontwikkelingen binnen andere vormen van extremisme.
Een ander belangrijk verschil is dat deze geweldsbereide extremisten relatief vaak kennis hebben over én vaardig zijn in het gebruik van geweldsmiddelen. Veel van hen hebben een fascinatie voor wapens en oefenen zich in het gebruik van deze wapens. Een kleine groep probeert illegale vuurwapens te kopen, maar de meesten beschikken over legale wapens, zoals kruisbogen en messen, of over zware persluchtwapens (een krachtigere variant van het bekendere luchtdrukwapen). Door diverse innovaties is de vuurkracht van deze persluchtwapens de afgelopen jaren sterk toegenomen. Hierdoor hebben veel van de zwaardere persluchtwapens een grotere vuurkracht dan een standaard vuurwapen.
Maatschappelijke opgave
De AIVD benadrukt dat anti-institutioneel extremisme vooral een breder, maatschappelijk vraagstuk is en niet alleen een veiligheidsprobleem. De voedingsbodem voor dit type extremisme is onder andere een toenemende onvrede over en wantrouwen tegen instituties, zoals de overheid. Hierin hebben niet alleen de wetenschap en de overheid, maar ook de politiek een rol. Alleen door een bredere aanpak van de oorzaken kan de dreiging van anti-institutioneel extremisme eventueel op termijn afnemen.
De grotere anti-institutioneel extremistische beweging
Tijdens en kort na de coronapandemie groeide de anti-institutionele beweging. Op dit moment is de beweging zeker niet kleiner geworden. Binnen deze beweging zijn er tientallen aanjagers die het narratief actief uitdragen.
De aanhoudingen in 2024 en 2025 lijken geen afschrikkende werking te hebben op de groep anti-institutioneel extremisten en de actieve aanjagers daarvan. Een deel van hen ziet de aanhoudingen als bevestiging van het eigen gedachtegoed, of als nieuw complot daarbinnen. De gedetineerden zouden ‘politieke gevangenen’ zijn, die ‘te dicht bij de waarheid kwamen’ en toen ‘door de kwaadaardige elite werden gearresteerd’. Deze gedetineerden krijgen steun van andere anti-institutioneel extremisten. Voor sommigen worden inzamelingsacties gehouden. Vele duizenden mensen blijken bereid te doneren.
Hoewel een deel van de aanjagers en overige aanhangers zich beschouwt als onderdeel van een beweging, is er geen sprake van een georganiseerd landschap. Zo is er geen consensus over wat men moet doen tegen de vermeende kwaadaardige elite.
Verspreiding van het gedachtegoed
De aanjagers organiseren met enige regelmaat fysieke bijeenkomsten, zoals lezingen en symposia. Ook verspreiden zij het narratief op sociale media, in podcasts en op alternatieve mediaplatforms. Op veel van deze platforms wordt het kwaadaardige-elite-narratief afgewisseld met overheidskritiek. Ook zijn er soms geluiden te horen die het narratief juist afzwakken of tegenspreken.
Pro-Russische desinformatie op deel alternatieve media
De alternatieve media zijn voor veel aanjagers en aanhangers een belangrijke bron van nieuwsgaring geworden. Deze online kanalen hebben vaak een groot bereik en zien er soms zeer professioneel uit. Een deel van deze media verspreidt pro-Russische desinformatie. De bezoekers van deze kanalen zijn mogelijk vatbaar voor dergelijke ondemocratische boodschappen: deze passen vaak naadloos in het eigen gedachtegoed.
Rechts-extremisme
- De AIVD bracht in 2025 over 8 personen ambtsberichten uit om een geweldsdreiging met een rechts-extremistische grondslag weg te nemen.
- Niet alle rechts-extremisten willen geweld gebruiken om hun doelen te bereiken. Een bredere, niet-gewelddadige beweging maakt opportunistisch gebruik van politiek-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen.
- De AIVD ziet een nieuwe vorm van extremisme: het nihilistisch gewelddadig extremisme.
De dreiging vanuit het rechts-extremisme is tweeledig. Enerzijds bestaat de dreiging uit de verspreiding van rechts-extremistisch gedachtegoed in de samenleving. Anderzijds is deze verspreiding voor sommigen een legitimatie voor het gebruik van geweld. De AIVD ziet grofweg dan ook twee groepen binnen het rechts-extremistische landschap: een bredere, niet-gewelddadige beweging en een smallere, gewelddadige beweging.
Beide groepen delen grotendeels dezelfde uitgangspunten en doelen. Er is dan ook geen sprake van een strakke scheiding. Rechts-extremisten uit beide groepen passen vijanddenken toe. Zij zien minderheidsgroepen of andersdenkenden als bedreiging. Bij beide groepen staat de bedreiging van ‘het blanke ras’ centraal en beide streven naar ‘een blanke etno-staat’.
Wel zijn er verschillende subideologieën. Ook ziet de AIVD dat subgroepen en individuen verschillende prioriteiten stellen. Hoewel sommige individuen uitgesproken voor of juist tegen het gebruik van geweld zijn, is deze scheidslijn niet altijd even strak te trekken.
Rechts-extremistisch geweld
In 2025 heeft de AIVD een aantal ambtsberichten uitgebracht over personen die betrokken zijn bij (online) groepen die geweldloze methoden uitdragen, maar die ook wapens en munitie verzamelden en vervaardigden. Zij wilden deze wapens zeer waarschijnlijk inzetten.
Daarnaast is er al enkele jaren sprake van jongeren, veelal jongens, die radicaliseren in online chatgroepen. In deze online omgevingen worden geweld en aanslagplegers verheerlijkt, en ideologieën verspreid. Deze ideologieën zijn niet altijd eenduidig. Zo is er in veel gevallen sprake van grieven, occulte ideeën of een fascinatie voor dood, pijn en geweld. Bij personen die vanuit deze gedachtestroom doorradicaliseren naar geweld is het daarom niet altijd duidelijk hoe concreet hun doelen en onderbouwing zijn. En of ze, ook gezien hun jonge leeftijd, daadwerkelijk zullen overgaan tot het plegen van geweld. Verschillende voorbeelden uit het buitenland laten echter zien dat dit zeker niet uit te sluiten is.
Normaliseren van het gedachtegoed
Binnen de rechts-extremistische beweging zijn veel personen en subgroepen die het rechts-extremistische geluid willen normaliseren en dit breed geaccepteerd proberen te krijgen. Ook in 2025 bleef normalisering een van de belangrijkste strategieën van de beweging. Daarbij presenteren ze hun gedachtegoed veelal in een mildere vorm om zo acceptabeler over te komen, terwijl ze achter de schermen het rechts-extremistische doel van een ‘blanke etnostaat’ nastreven. Een goed voorbeeld is het veelvuldige gebruik van de term ‘remigratie’, die op zichzelf neutraal is, maar in het narratief van rechts-extremisten staat voor het massale vertrek van mensen met een migratieachtergrond uit Europa. Nederlandse rechts-extremisten werken hierin samen met geestverwanten in andere Europese landen, voor wie normalisering ook een belangrijke strategie is. Zo organiseerden Europese rechts-extremisten in mei 2025 een goedbezocht congres over ‘remigratie’ in Italië, waaraan ook Nederlanders deelnamen. Op de conferentie was er een mix van Europese rechts-extremisten en leden van radicaal-rechtse partijen aanwezig. Rechts-extremisten zoeken op dergelijke bijeenkomsten toenadering tot zulke partijen.
De rechts-extremistische beweging maakt opportunistisch gebruik van politiek-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen. Om het draagvlak voor de beweging te vergroten wordt ingespeeld op angsten en onzekerheden die leven bij delen van de bevolking. Zo waren er meerdere rechts-extremistische groeperingen aanwezig bij de asieldemonstratie op het Malieveld, in september 2025 (‘Elsfest’). Een deel van hen vertoonde nazistische uitingen, ging over tot geweld tegen de politie, trok de binnenstad in en probeerde brand te stichten bij het partijkantoor van D66.
Daarnaast zag de AIVD in 2025 dat er in de rechts-extremistische beweging een blijvende interesse is voor ‘intredepolitiek’. Dit is het proces waarbij extremisten proberen invloed uit te oefenen door invloedrijke politiek-bestuurlijke functies te bekleden, om vanuit daar te werken aan hun extremistische beleidsdoelen. Deze interesse in het politieke speelveld vanuit rechts-extremisten is niet nieuw te noemen. Wel lijkt de aanpak doelmatiger te zijn dan voorheen. Daarbij speelt mee dat rechts-extremisten zich gesterkt voelen vanwege soortgelijke bewegingen in andere landen.
Links-extremisme
- Net als in 2024 was de oorlog in Gaza een van de belangrijkste onderwerpen voor de links-extremistische beweging.
- De dreiging vanuit deze beweging was gering. Veel van het linkse protest was activistisch van aard. Hoewel acties hinderlijk konden zijn, bedreigden deze de democratische rechtsorde veelal niet.
Traditioneel gezien vormen met name anarchisten en in mindere mate marxisten-leninisten de links-extremistische beweging in Nederland. Zowel binnen de anarchistische beweging als bij diverse marxistisch-leninistische organisaties was er sprake van een sterk pro-Palestijns sentiment. Men keerde zich tegen Israël en tegen de steun die Israël kreeg vanuit onder meer Europa en de Verenigde Staten.
Bij de pro-Palestina- en anti-Israëlprotesten was er veelal sprake van een heel diverse samenstelling van groepen en individuen. Zij voerden samen actie, vanuit diverse ideologische motieven, maar ook vanuit persoonlijke verbondenheid en gedeelde emoties. Zo vonden vertegenwoordigers vanuit zowel de Palestijnse als de islamitische gemeenschap, klimaatactivisten, anti-imperialisten en studenten elkaar. De demonstraties verliepen, net zoals in 2024, over het algemeen activistisch. Een enkele keer kwam het hierbij tot verstoringen van de openbare orde.
Bekladdingen en vernielingen
De links-extremistische beweging voerde geen acties uit die expliciet waren gericht op Joodse instellingen of personen. Wel was er sprake van een opvallend groot aantal bekladdingen en vernielingen bij gebouwen van bedrijven die betrokken (zouden) zijn bij wapenleveranties aan de Israëlische strijdkrachten of bij de activiteiten van Joodse kolonisten op de Westelijke Jordaanoever. Ook overheidslocaties, zoals een kazerneterrein, het ministerie van Buitenlandse Zaken, en universiteiten waren doelwit van dergelijke acties. Zo werd er voor de ingang van gebouwen geprotesteerd, of werden panden ’s nachts bezocht en met brandblussers bespoten met verf. Ook werden veelvuldig ruiten vernield van dergelijke panden. Vaak werden deze acties vervolgens online geclaimd, waarbij de reden(en) voor de acties ook werden genoemd.
Samidoun Nederland
Een van de organisaties die actief betrokken is bij de pro-Palestina- en anti-Israëlprotesten is de Nederlandse tak van de internationaal gevestigde, marxistisch-leninistische organisatie Samidoun. Samidoun Nederland toont zich in daad activistisch. De organisatie roept niet op tot geweld, maar verheerlijkt geweld tegen Israëliërs en de Israëlische staat wel, bijvoorbeeld door acties van terroristische organisaties te legitimeren. Hoewel de aanhang van Samidoun in Nederland klein is, resoneert deze extremistische boodschap breder. Dit komt mede door de huidige aandacht voor de kwestie en de kruisbestuiving die de organisatie heeft met andere (veelal linkse) organisaties van pro-Palestina- en anti-Israëlprotesten. De dreiging van Samidoun tegen de nationale veiligheid is beperkt. Wel kan de boodschap die de organisatie uitdraagt als bedreigend worden ervaren en mogelijk bijdragen aan radicalisering en toenemende polarisatie.
Antimilitarisme
In 2025 leefde het antimilitarisme op, vanwege de acties gericht tegen bedrijven die wapenonderdelen (zouden) leveren aan Israël en de in Nederland gehouden NAVO-top. Antimilitaristische acties bleven beperkt tot de hiervoor vermelde vernielingen aan gebouwen en activistische uitingen zoals demonstraties.
Tijdens de NAVO-top was er sprake van activistisch protest. Er was hierbij geen sprake van extremisme. Mogelijk dat eventuele extremistische plannen niet haalbaar bleken, door de grootschalige beveiligingsmaatregelen. Ook vanuit het buitenland bleef de toevloed van actievoerders beperkt tot hooguit enige honderden activisten.
Antifascisme
Bij antifascistische acties, veelal afkomstig uit de anarchistische beweging, zijn de actiemethoden al jaren dezelfde: het aanrichten van vernielingen, het verstoren van bijeenkomsten, het intimideren van personen en het in kaart brengen en online publiceren van persoonlijke gegevens (doxing). De AIVD acht dergelijke acties extremistisch omdat ze het functioneren van de democratische rechtsorde ondermijnen.
In 2023, een jaar met Tweede Kamerverkiezingen, zag de AIVD nog een duidelijk verhoogde activiteit van antifascistische acties. Deze acties waren destijds gericht op politieke partijen, op individuele politici, maar ook op andere als fascistisch aangeduide groepen en personen. In 2025 was het, op enkele kleinschalige acties na, juist opmerkelijk rustig rond de Tweede Kamerverkiezingen. Wel waren er enkele dreigementen uit de hoek van dierenrechtenextremisten tegen politici, die ook aandacht kregen in de media. De AIVD schat in dat onderwerpen die eerder sterk polariserend werkten tussen links en rechts, minder een rol speelden in de verkiezingscampagne van 2025.
Lees hier verder over extremisme.