In de jaren ‘70 is Nederland in rep en roer door een nieuwe dreiging: terroristische acties van Zuid-Molukse jongeren. De bekendste acties zijn de treinkapingen bij dorpen Wijster en De Punt in Drenthe.
Het begin
Op 17 augustus 1945 werd de onafhankelijkheid van Indonesië uitgeroepen. Daarna volgde een bloederige onafhankelijkheidsoorlog. In de strijd tegen de onafhankelijkheidsbeweging vochten er ook Zuid-Molukkers aan de Nederlandse kant. Pas op 27 december 1949 werd de Akte van Soevereiniteitsoverdracht getekend, waarmee een einde kwam aan de oorlog en het Nederlandse koloniale bewind.
Ondanks de nieuwe onafhankelijkheid bleef het onrustig in Indonesië. Veel Zuid-Molukkers voelden zich bedreigd door het onafhankelijke Indonesië waar zij in de oorlog tegen hadden gevochten. Veel van hen verlangden naar de stichting van een eigen, onafhankelijk land waar zij als gemeenschap konden samenleven. Dat land kwam er ook, toen de Molukse politieke leiders op 25 april 1950 de Republik Maluku Selatan (RMS) uitriepen. Maar: Indonesië aanvaardde deze proclamatie niet. En Nederland vond op zijn beurt dat er eerst een volksraadpleging moest komen voordat de soevereiniteit van de nieuwe republiek kon worden erkend. Dus: de wens van de Zuid-Molukkers voor een eigen, onafhankelijke staat ging uiteindelijk niet in vervulling.
De reden voor het geweld
Veel Zuid-Molukkers vertrokken in de nasleep van de dekolonisatieoorlog gedwongen naar Nederland. Daar leefden zij in geïmproviseerde kampen, zonder duidelijkheid over wat de toekomst zou brengen. In de decennia erna ontstond ook een tweede generatie Zuid-Molukkers in Nederland. Net als hun ouders wilden zij graag een onafhankelijk moederland. Ze vonden daarnaast dat Nederland hen hierbij moest helpen, omdat hun ouders hadden meegevochten voor Nederland. Maar de overheid deed niets om de onafhankelijkheid van de Zuid-Molukse Republiek dichterbij te brengen, en veel van deze jongeren voelden zich in de steek gelaten. Sommigen van hen zagen geweld uiteindelijk nog als enige middel om hulp van de overheid af te dwingen.
Treinkapingen en gijzelingen
De Zuid-Molukse jongeren probeerden met verschillende gewelddadige acties de regering te dwingen tot hulp. Een belangrijk middel van deze groep waren gijzelingen. Bijvoorbeeld die in de woning van de ambassadeur van Indonesië in Wassenaar in 1970, of het provinciehuis van Drenthe in Assen in 1978. Maar het bekendst zijn de twee treinkapingen. De eerste treinkaping vond plaats in december 1975 bij Wijster. De gijzeling die erop volgde duurde twaalf dagen en er vielen drie doden. Tegelijkertijd vond op 4 december een gijzeling plaats in het Indonesische consulaat in Amsterdam, waarbij zo’n twee weken lang tientallen mensen werden vastgehouden en één medewerker van het consulaat stierf aan zijn verwondingen nadat hij uit het raam was gevlucht. De tweede treinkaping, op 23 mei 1977, vond plaats bij De Punt en duurde bijna drie weken. Bij de bevrijdingsactie kwamen twee gegijzelden en zes kapers om het leven. Gelijktijdig aan de gijzeling in de trein, vond een gijzeling plaats op een lagere school in Bovensmilde.
Kratjes
Terwijl de trein stilstond bij De Punt, probeerde de BVD meer inzicht te krijgen in wat de kapers van plan waren. De gijzelaars en gijzelnemers moesten tijdens de onderhandelingen natuurlijk wel eten en drinken, dus werd in kratjes met voedsel die naar de trein werden gebracht afluisterapparatuur ingebouwd. Al snel bleek dat dit niet goed werkte: de gijzelnemers gooiden de kratjes namelijk weer naar buiten zodra ze het eten en drinken op hadden. Daarom werden kisten met EHBO-spullen en andere noodzakelijke behoeften zoals maandverband voorzien van afluisterapparatuur. Het idee was dat de gijzelnemers deze kisten minder snel naar buiten zouden gooien.

Telefoon die gebruikt werd tijdens de gijzeling 
Telefoon
Een andere manier waarop de BVD probeerde te achterhalen wat er in de trein gebeurde, was via een bewerkte telefoon. De telefoon werd aan de gijzelnemers gegeven om gemakkelijker te kunnen onderhandelen met de mensen in het crisiscentrum. Maar: de telefoon was zo bewerkt door de BVD dat de lijn voortdurend open stond naar het crisiscentrum en de mensen daar alles konden horen. Ze werden dus afgeluisterd, ook als de hoorn op de haak lag. De letters RMS, van Republik Maluku Selatan, zijn door de gijzelnemers in het toestel gekrast. De telefoon heeft ook een kogelgat. Dat is ontstaan bij de bestorming van de trein op 11 juni 1977, waarbij de gijzelaars werden bevrijd.
Einde van de dreiging
De gewelddadige acties van de Zuid-Molukkers leidden niet tot de onafhankelijke Zuid-Molukse staat waar de treinkapers naar verlangden, en uiteindelijk kwam er een einde aan de acties.



