De wereld verandert snel. Geopolitieke spanningen en snelle technologische ontwikkelingen zorgen voor een sterke toename en verandering in de dreigingen tegen de nationale veiligheid en democratische rechtsorde in Nederland. Om militaire dreigingen, spionage, cyberaanvallen en terrorisme ook in de toekomst het hoofd te kunnen bieden is een nieuw en passend juridisch kader nodig: de Wet bescherming nationale veiligheid door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wbnv).
Waarom een nieuwe wet?
De aanleiding voor deze wet zijn de rapporten van de Algemene Rekenkamer en de Evaluatiecommissie Wiv 2017 uit 2021 over de huidige Wiv2017. Daarin zijn knelpunten vastgesteld die het werk van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) onnodig belemmeren. Zo was er te weinig oog voor de uitvoeringspraktijk van de diensten. De nieuwe wet verhelpt de knelpunten.
Daarnaast zijn de dreigingen tegen de nationale veiligheid sindsdien niet alleen toegenomen, maar ook complexer geworden. Landen als Rusland en China proberen de Nederlandse samenleving op allerlei manieren te ondermijnen. Dit doen zij bijvoorbeeld door hybride acties, zoals cyberaanvallen of door hun eigen diaspora onder druk te zetten om inlichtingenwerk te doen. Ook dreigingen zoals sabotage vragen om een proactieve houding. Daarnaast gaat van terroristische organisaties als IS een blijvende dreiging uit.
Verder draagt de technologische vooruitgang bij aan de uitdagingen waar de diensten voor staan. De razendsnelle opkomst van AI verandert het werk van de diensten in onder meer het cyberdomein. Waar tegenstanders technologie gebruiken om kwetsbaarheden te vinden, kunnen de diensten AI ook inzetten onderzoek te versnellen en dreigingen het hoofd te bieden.
Consultatie van start
Het wetsvoorstel is op 28 augustus 2026 door de verantwoordelijke ministers in consultatie gebracht. Burgers, bedrijven en belangenorganisaties kunnen inhoudelijk op het voorstel reageren.
Sneller en doeltreffender handelen
De grootste en belangrijkste verandering is de introductie van het zogenaamde ‘opponentenregime’. Daarbij wordt de inzet van bevoegdheden en de daarbij behorende waarborgen direct gekoppeld aan de aard van de dreiging. Een nieuwe dreigingsgerichte wet wordt voorgesteld als het gaat om het verkrijgen van inlichtingen over dreigingen, vooral uit het buitenland.
Met de nieuwe wet kunnen de diensten sneller en doeltreffender handelen tegen personen en organisaties die een evidente of militaire dreiging vormen voor onze nationale veiligheid. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de activiteiten van kwaadwillende buitenlandse diensten en hackersgroepen of terroristische organisaties.
Samenwerking en informatiedeling versterken
Daarnaast voorziet het wetsvoorstel in de versterking van de samenwerking van AIVD en MIVD met medeoverheden, kennisinstellingen en bedrijven, bilateraal en multilateraal. De nieuwe wet biedt méér mogelijkheden om met hen samen te werken en informatie en kennis uit te wisselen. Verder helpt de uitbreiding van de bestaande verstrekkingsplicht van communicatiediensten naar financiële instellingen en online platforms de diensten bij het beter in kaart brengen van geldstromen en het bestrijden van bijvoorbeeld terrorisme.
Ook de uitwisseling van informatie met de krijgsmacht wordt verder bestendigd. Want Defensie bereidt zich nadrukkelijker voor op het verdedigen van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied. Inlichtingen zijn hiervoor cruciaal. De nieuwe wet maakt het makkelijker om die effectiever te delen tussen de MIVD en krijgsmacht.
Nieuwe set aan waarborgen
Sneller en effectiever handelen door de diensten gaat hand in hand met het beschermen van de rechtsstaat. Om de privacy van burgers te beschermen zijn er meer regels voor het gebruik van bulkgegevens. Ook legt de nieuwe wet vast hoe de diensten AI en algoritmen mogen gebruiken.
Er komt een nieuw onafhankelijk college dat toeziet op de waarborgen die gelden bij de inzet van bevoegdheden door de diensten: het College van Toetsing en Toezicht (CTT). Bij een verschil van inzicht tussen dienst en CTT over een bindend oordeel, velt de rechter het eindoordeel.
