We spreken van een vertrouwensfunctie wanneer personen in die functie over de mogelijkheid beschikken om de nationale veiligheid te schaden. Als iemand misbruik maakt van de toegang tot informatie of specifieke locaties, kan dit grote gevolgen hebben voor Nederland.
Iemand die een vertrouwensfunctie vervult, kan onder meer in aanraking komen met:
- staatsgeheime informatie of systemen;
- mogelijke doelwitten of middelen voor een aanslag of spionage;
- wapens, systemen of locaties die door het Ministerie van Defensie zijn afgeschermd. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het bedienen of aankopen van wapensystemen, of aan een locatie als een kazerne.
Voorbeelden van vertrouwensfuncties zijn:
- medewerker van een Nederlandse ambassade;
- bagagemedewerker op Schiphol;
- politiek assistent van een minister;
- personeel van Defensie.
Wie bepaalt wat een vertrouwensfunctie is?
Aan de hand van de Leidraad aanwijzing vertrouwensfuncties bepalen de verantwoordelijk vakministers of het bevoegd gezag of een functie een vertrouwensfunctie is. Enkele voorbeelden zijn:
- De minister-president wijst functies aan bij het Koninklijk Huis;
- De minister van Defensie doet dit voor de krijgsmacht en voor defensie-orderbedrijven;
- De minister van Justitie en Veiligheid bepaalt dit voor de burgerluchtvaart;
- De minister van Economische Zaken en Klimaat maakt deze keuze voor gas- en elektriciteitsleveranciers;
- En de minister van Infrastructuur en Waterstaat wijst vertrouwensfuncties aan voor kerncentrales;
- De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal wijst vertrouwensfuncties aan voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal.