CTIVD-rapport 57: delen van gegevens met nationale partners

De toezichthouder op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (CTIVD) heeft onderzoek gedaan naar het verstrekken van persoonsgegevens van jihadisten door de AIVD aan nationale partners, zoals de NCTV, het Openbaar Ministerie, de politie en gemeenten. De commissie heeft geconstateerd dat de AIVD in de onderzoeksperiode van januari 2016 tot maart 2017 rechtmatig heeft gehandeld. Alleen als het noodzakelijk en in het belang van de nationale veiligheid was om persoonsgegevens te delen, is informatie verstrekt.   

Samenwerking is veranderd

De AIVD doet onderzoek naar jihadistisch terrorisme en werkt daarvoor intensief samen. De dienst kan gegevens delen met partners in Nederland via schriftelijke producten - zoals ambtsberichten en inlichtingenberichten - en mondeling in vergaderingen.

De jihadistische dreiging is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen, evenals de maatschappelijke en politiek-bestuurlijke aandacht hiervoor. Zo zijn er nieuwe wetten, beleid en maatregelen die de samenwerking tussen organisaties veranderde en intensiveerde. Voor de AIVD betekende dit bijvoorbeeld dat een ambtsbericht nodig was om andere organisaties in staat te stellen om maatregelen te kunnen nemen, zoals bij het intrekken van Nederlanderschap of het bevriezen van tegoeden. 

De CTIVD doet aanbevelingen om de manier waarop gegevens gedeeld worden beter op de huidige situatie aan te laten sluiten. Deze aanbevelingen zijn overgenomen en het werkproces van de AIVD is aangepast. Al in het voorjaar van 2017, toen duidelijk werd welke gevolgen het rijksbrede beleid had voor de AIVD, startte de dienst met een traject om zijn werkwijze hierop aan te passen. Zo zijn interne richtlijnen voor het mondeling delen van persoonsgegevens uitgewerkt en wordt aan ambtsberichten en inlichtingenberichten een disclaimer toegevoegd waarin staat wat wel en niet met de inhoud van het bericht gedaan kan worden.