Om dreigingen voor de nationale veiligheid tegen te gaan moet de AIVD mogelijke kwaadwillenden vroegtijdig identificeren. Om dit te kunnen, zetten wij soms middelen in die inbreuk kunnen maken op iemands privacy.

Bescherming van grondrechten door inbreuk op diezelfde rechten

Grondrechten van burgers, zoals het recht op privacy, zijn verankerd in de grondwet. Deze verworvenheden moeten goed beschermd worden. Sinds ons bestaan is het onze taak om ervoor te zorgen dat burgers hun grondrechten kunnen uitoefenen. Mensen moeten kunnen denken en zeggen wat zij willen en moeten de vrijheid hebben om hun eigen leven te leiden.

Omdat sommige kwaadwillenden juist misbruik maken van deze vrijheden om grondrechten te ondermijnen, ontstaat de tegenstrijdige situatie dat er, om deze grondrechten te beschermen, soms juist inbreuk moet worden gemaakt op grondrechten van die burgers.

Eerst het lichtste middel

De inzet van een bijzonder inlichtingenmiddel, zoals afluisteren of hacken, mag niet zomaar. Het moet van belang zijn voor de onderzoeken van de AIVD en de informatie moet niet met een lichter middel kunnen worden verkregen. Bijvoorbeeld door het raadplegen van open bronnen, onze eigen informatiesystemen en gegevens die bij derden beschikbaar zijn.

Wij zoeken continu naar de balans tussen de rechten van het individu en de (nationale) veiligheid van de hele gemeenschap.

Inzet van inlichtingenmiddelen na toestemming en toetsing

Bij ieder onderzoek wordt steeds opnieuw afgewogen of een zwaarder middel echt noodzakelijk is. De inzet van een bijzondere bevoegdheid moet aan een aantal voorwaarden voldoen.

  • De inzet moet passen binnen de onderzoeken waar de regering ons opdracht voor gegeven heeft. Ook moet het gericht zijn op het doel dat wij met onze onderzoek nastreven. (doelgerichtheid)
  • Het moet noodzakelijk zijn om een bijzonder inlichtingenmiddel in te zetten, dus er moet een dreiging voor de nationale veiligheid bestaan. (noodzakelijkheid)
  • De inbreuk op de privacy van mensen moet in verhouding staan tot het doel dat we ermee bereiken: het terugdringen van dreiging. (proprotionaliteit)
  • Er mag geen ander, minder zwaar middel voorhanden zijn om de benodigde informatie te verkrijgen. (subsidiariteit)

Voor de inzet van een ingrijpender inlichtingenmiddel moet de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) toestemming geven. Vervolgens toetst een onafhankelijke commissie nog deze toestemming. Bij bijvoorbeeld afluisteren of hacken moet deze toestemming elke 3 maanden opnieuw getoetst worden.

Privacy van burgers belangrijk uitgangspunt Wiv 2017

Net als iedereen is de AIVD gebonden aan wet- en regelgeving. Het werk van de dienst ligt verankerd in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv 2017) en Wet op de Veiligheidsonderzoeken (Wvo) als het gaat om het verrichten van veiligheidsonderzoeken. Bij het tot stand komen van de Wiv vormde de privacy van burgers een heel belangrijk uitgangspunt. De Wiv 2017 is gebaseerd op:

  • de voorwaarden uit het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM);
  • de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM);
  • de Grondwet.

Toetsing en toezicht door onafhankelijke commissies

Om te zorgen dat niet onnodig inbreuk wordt gepleegd op de grondrechten van burgers, schrijft het EVRM voor dat er onafhankelijke toetsing vooraf moet plaatsvinden en er ook onafhankelijk toezicht moet zijn. Voor ons werk bestaat dit uit de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). Daarnaast legt de minister van BZK verantwoording af aan het parlement over de AIVD.

Lees meer over controle, toetsing en toezicht AIVD

Lees meer over extra bescherming advocaten en journalisten