(Jihadistisch) terrorisme en radicale islam

Binnen het aandachtsgebied terrorisme richt de AIVD zich vooral op het jihadistisch terrorisme, omdat hiervan nog steeds de grootste dreiging uitgaat. De radicale islam kan een voedingsbodem zijn voor jihadistisch-terroristisch geweld.

Op 18 maart 2019 werd een aanslag gepleegd op een tram in Utrecht waarbij vier doden en twee zwaargewonden vielen. Op 20 maart 2020 heeft de rechtbank in Utrecht Gökmen T. hiervoor een levenslange gevangenisstraf opgelegd.

Net als in 2018 op Amsterdam Centraal Station en bij Den Haag Hollands Spoor ging het hier om een aanslag op een makkelijk toegankelijk doelwit, waarbij willekeurige mensen het slachtoffer werden. Ook ging het voor zover bekend in deze zaken om personen die alleen handelden.

©iStockphoto

Dreigingsbeeld jihadistisch terrorisme

Het jihadistisch-terroristisch dreigingsbeeld wordt nog steeds gekenmerkt door het gevaar van aanslagen in het Westen door enkele mondiaal actieve jihadistische organisaties, lokale netwerken en personen. De dreiging tegen het Westen is sinds 2017 verminderd, wat met name blijkt uit de sterke afname van het aantal aanslagen in Europa de afgelopen jaren.

Desondanks heeft Europa, waaronder Nederland, te maken met relatief veel aanhoudingen, het voorkomen van aanslagen en incidenten die aan jihadistisch terrorisme kunnen worden gerelateerd. De dreiging is dus wel verminderd maar nog steeds aanzienlijk.

Jihadistische dreiging in Nederland

De Nederlandse jihadistische beweging is weinig zichtbaar in het openbare leven. Dat heeft te maken met organisatorische en ideologische verdeeldheid en gebrek aan hiërarchie en leiderschap. Ook groeit de beweging niet: er komen nauwelijks nieuwe mensen bij en er gaan er ook weinig weg.

Toch gaat er nog steeds een dreiging uit van deze beweging. Jihadisten in Nederland hangen immers een ideologie van geweld aan en dragen die vooral in besloten onlinekringen uit. Ook uiten sommige jihadisten bedreigingen tegen Nederlandse personen of objecten en zijn er jihadisten die daadwerkelijk terroristisch geweld willen plegen.

Volgens jihadisten zijn zij in oorlog met het Westen en is de strijd tegen het Westen verplicht. De bijdrage die zij aan de strijd leveren, kan variëren van geldinzameling tot jihadgang, van kennisverdieping tot onlinepropaganda en van activisme voor gedetineerden tot het plegen van aanslagen.

Een voorbeeld van een niet-gewelddadige bijdrage aan de strijd was een transnationale trend die in 2019 onder jihadisten, onder andere in Europa, zichtbaar werd om geld in te zamelen voor de aan Islamitische Staat in Irak en al-Shaam (ISIS) geaffilieerde vrouwen in de door de Syrische Democratische Strijdkrachten beheerde kampen in Noordoost-Syrië.

In Nederland worden veroordeelde jihadisten en verdachten van een terroristisch misdrijf gevangengehouden op een speciale afdeling van twee penitentiaire inrichtingen. Daar worden zij apart gehouden van andere gedetineerden.

Het Nederlandse systeem van geconcentreerde detentie van terrorismeverdachten en -veroordeelden voorkomt grotendeels dat niet-extremistische gedetineerden door jihadisten worden geradicaliseerd en gerekruteerd. Het leidt in bepaalde gevallen wel tot ongewenste onderlinge beïnvloeding en netwerkvorming.

De AIVD signaleert een dreiging in deze netwerkvorming op de terroristenafdelingen én in het terugkeren van jihadisten in de jihadistische beweging na hun vrijlating. Als zij zijn teruggekeerd in hun oude netwerk, kunnen deze jihadisten voor een nieuwe dynamiek in dat netwerk zorgen.

Aangezien een klein deel van de gestrafte jihadisten bestaat uit teruggekeerde uitreizigers, kunnen zij nieuwe, transnationale netwerken vormen met teruggekeerde jihadisten in andere landen. Na beëindigen van hun detentie kunnen ze geweld plegen, zoals buiten Nederland al enkele malen is voorgekomen. Zowel Nederland als een aantal andere Europese landen kan hiermee in de komende jaren geconfronteerd worden.

Incidenten en arrestaties in Nederland

Op basis van door de AIVD uitgebrachte ambtsberichten zijn in 2019 onderstaande personen van de Nederlandse jihadistische beweging aangehouden. De betreffende onderzoeken van de AIVD en de strafrechtelijke vervolging die tegen hen wordt ingesteld, tonen de (gewelds)dreiging die ook van Nederlandse jihadisten uitgaat.

In februari 2019 is in De Lutte een man aangehouden die wordt gerekend tot de Nederlandse jihadistische beweging. Hij wordt verdacht van het voorbereiden van een terroristisch misdrijf. Bij zijn aanhouding is een vuurwapen aangetroffen.

In maart 2019 werd in Breda een man aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij terrorisme. Hij zou zich in Somalië hebben aangesloten bij het aan Al Qaida gelieerde Al Shabaab.

In juli 2019 is in Maastricht een man aangehouden op verdenking van opruiing tot een terroristisch misdrijf. Ook wordt hij ervan verdacht dat hij door het verzamelen en verspreiden van informatie op internet schuldig is aan training voor terrorisme.

De man was actief op websites waar transnationale onlinenetwerken allerlei vormen van jihadistische informatie verspreiden, jihadistische kennis opbouwen en onderhouden en propaganda produceren en verspreiden. Jihadisten krijgen door deze netwerken toegang tot propaganda, preken en toespraken van jihadgeleerden, maar ook tot instructiemateriaal dat kan worden gebruikt voor het plegen van een aanslag.

In oktober 2019 werd een vrouw aangehouden in Uithoorn, eveneens op verdenking van opruiing tot een terroristisch misdrijf. Ook wordt zij verdacht van deelname aan een terroristische organisatie en van het verschaffen van gelegenheid, middelen, kennis en vaardigheden tot het plegen van een terroristisch misdrijf. Zij was actief op soortgelijke onlinenetwerken als de hiervoor genoemde man uit Maastricht.

In november 2019 werden twee mannen uit Zoetermeer aangehouden op verdenking van het voorbereiden van een aanslag in Nederland. Een tijdstip en doelwit waren nog niet bekend.

Ook in november 2019 werd in Heemskerk een vijftienjarige aangehouden wegens opruiing tot een terroristisch misdrijf en verspreiding van opruiend materiaal. Hij verspreidde jihadistisch materiaal op sociale media.

Tevens werden in november in Nederland en België in totaal zes personen aangehouden op verdenking van terrorismefinanciering. Via een stichting was geld ingezameld om oorlogsslachtoffers te helpen, maar de verdachten zouden in Turkije en Syrië geld hebben overhandigd aan strijders van ISIS of aan ISIS gelieerde personen.

Alle zaken liggen nog bij de rechter.

Internationale jihadistische dreiging

De internationale jihadistische dreiging tegen het Westen gaat vooral uit van ISIS, Al Qaida (AQ) en de aan hen getrouwe organisaties en netwerken. De aan Al Qaida en ISIS gelieerde groeperingen zijn in de eerste plaats betrokken bij een lokaal of regionaal conflict. Sommige groeperingen houden zich daarnaast ook bezig met aanslagen tegen westerse belangen in hun regio of in het Westen zelf.

Daarnaast gaat een dreiging uit van jihadistische netwerken of individuen die aan geen van deze beide organisaties zijn verbonden. Sommige netwerken of individuen zijn daadwerkelijk zowel betrokken bij ondersteuning en facilitering als bij aanslagplanning en -uitvoering.

Dreiging vanuit ISIS en Al Qaida

De acute dreiging van ISIS voor Europa is het afgelopen jaar verder afgezwakt, maar de groepering houdt, ondanks het verlies van het geografische ‘kalifaat’, wel de intentie om aanslagen in westerse landen te (laten) plegen. In maart 2019 viel hun laatste bolwerk, Baghuz.

Geografisch bestaat het 'kalifaat' niet meer, maar dat betekent niet het einde van ISIS. De organisatie heeft zich in de loop van de afgelopen jaren omgevormd van een centraal geleide organisatie in een zogenoemde 'opstand' in Irak en Syrië. Dat wil zeggen dat ondergrondse cellen aanslagen, moorden en overvallen plegen, belangrijke personen ontvoeren voor losgeld en dergelijke.

Het centrale leiderschap in Syrië en Irak is nog steeds intact en staat nog steeds in contact met de aan ISIS gelieerde jihadistische organisaties. Deze zogenoemde 'provincies' zijn betrokken bij lokale en regionale conflicten in diverse landen en regio's in onder andere Afrika en Zuid-Azië en zijn daardoor ook een bedreiging voor westerse belangen daar. Tegelijk kan het ISIS-leiderschap enige sturing geven aan deze 'provincies'.

Noch de dood van de leider van ISIS, Abu Bakr al-Baghdadi, in oktober 2019, noch de benoeming van zijn opvolger Abu Ibrahim al-Hashimi al-Qureishi heeft gevolgen gehad voor de dreiging uitgaande van ISIS. Nog steeds wil ISIS aanslagen plegen in het Westen, waarbij Syrië en Irak waarschijnlijk de belangrijkste basis voor ISIS blijven. Mogelijk dat in de toekomst de 'provincies' van ISIS hier meer aan bij zullen gaan dragen.

Ook Al Qaida wil nog steeds aanslagen in het Westen plegen. De mogelijkheden om vanuit Pakistan/Afghanistan, waar het hoogste AQ-leiderschap zich bevindt, aanslagen tegen het Westen voor te bereiden en uit te voeren, lijken klein. Maar in Noordwest-Syrië bevinden zich aan Al Qaida gelieerde jihadistische netwerken en individuen die aanslagen tegen het Westen willen plegen.

De dreiging die hiervan uitgaat, is mede afhankelijk van de militaire ontwikkelingen in dit gebied. Het offensief dat het Syrische leger eind 2019 heeft ingezet tegen de strijders in Noordwest-Syrië kan hier op termijn van doorslaggevende betekenis zijn.

De geweldsdreiging van Al Qaida affiliates werd zichtbaar door een aanslag op een Amerikaanse militaire basis in december 2019, die door Al Qaida op het Arabisch Schiereiland (AQAS) is opgeëist. Daarnaast moedigt Al Qaida net als ISIS, zij het in iets mindere mate, aanhangers aan om zelfstandig aanslagen te plegen.

Dreiging vanuit netwerken niet verbonden aan ISIS of Al Qaida

Los van Al Qaida en ISIS bestaan er jihadistische netwerken in en buiten Europa die zich ook richten op het plannen en ondersteunen van aanslagen. Binnen het Schengengebied kan men in principe onopgemerkt reizen. Hierdoor kunnen jihadisten vanuit het ene Schengenland een aanslag plegen in het andere.

Daarnaast bestaan er transnationale faciliteringsnetwerken die jihadisten ondersteunen. Deze netwerken verbinden jihadisten in het Westen en elders in de wereld, en dragen daardoor in belangrijke mate bij aan de internationale dreiging van het jihadisme.

Dreiging van teruggekeerde uitreizigers

In 2019 zijn ongeveer vijf personen met een Nederlandse achtergrond uit het strijdgebied Syrië en Irak teruggekeerd naar Nederland of andere West-Europese landen.

Eind 2019 waren er nog zo'n 120 jihadisten met een Nederlandse achtergrond in Syrië en Irak. In deze cijfers zijn minderjarigen niet meegeteld. Per persoon maakt de AIVD een afweging in welke mate deze een dreiging vormt.

Terugkeerders hebben een hoger dreigingsprofiel dan jihadisten die niet zijn uitgereisd. Dit geldt vooral voor de mannen, omdat bij hen veelal sprake zal zijn van gevechts- en explosieventraining, strijdervaring en opgebouwde (internationale) jihadistische contacten. Deze ervaringen en contacten zouden bij terugkeer gebruikt kunnen worden om lokale en transnationale netwerken te versterken en/of te mobiliseren tot gewelddadige actie.

Veel terugkeerders houden zich bezig met propaganda of facilitering, ze blijken de jihadistische ideologie aan te blijven hangen zonder nog geweld te willen plegen. Tot nu toe zijn slechts enkele van de terugkeerders aantoonbaar bij daadwerkelijke aanslagen betrokken geweest.

De AIVD schat de geweldsdreiging van teruggekeerde vrouwen lager in dan die van teruggekeerde mannen, omdat zij niet per se hebben deelgenomen aan een wapentraining of gevechtservaring hebben opgedaan.

Een deel van deze vrouwen kan echter wel een versterkende rol in de beweging vervullen. Dit vanwege hun ervaringen in Syrië en de status die zij daar mogelijk aan ontlenen. Ook een eventuele periode in detentie kan bijdragen aan hun status en invloed in de beweging.

Tegelijkertijd is het mogelijk dat een ander deel zich juist vanwege alle negatieve ervaringen afkeert van het jihadisme.

Na de val van het laatste ISIS-bolwerk Baghuz in maart 2019 zijn veel jihadistische vrouwen met hun kinderen in opvangkampen in Noordoost-Syrië terechtgekomen, ook Nederlandse vrouwen. Niet alleen de humanitaire situatie in deze kampen is zorgelijk, ook de veiligheid is slecht. Kinderen die in de kampen opgroeien, komen daar nog steeds in aanraking met het radicale gedachtegoed van ISIS en kunnen eventueel geronseld worden. Dit draagt bij aan de langetermijndreiging die van ISIS uitgaat.

De inval van Turkije in Noordoost-Syrië begin oktober 2019 lijkt vooralsnog niet te leiden tot een fundamentele wijziging ten aanzien van de opvangkampen in Noordoost-Syrië. Wel is inmiddels een aantal, ook Nederlandse, vrouwen, sommige met hun kinderen, uit de kampen ontsnapt.

Activiteiten en resultaten

In 2019 heeft de AIVD 64 inlichtingenrapporten uitgebracht over de ontwikkelingen binnen het jihadistisch terrorisme. De AIVD heeft het Openbaar Ministerie via 41 ambtsberichten informatie kunnen geven voor strafrechtelijke onderzoeken. Daarnaast heeft de AIVD aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) 11 en aan het ministerie van Buitenlandse Zaken 2 ambtsberichten uitgebracht.

Grensoverschrijdende dreigingen vragen om een grensoverschrijdend antwoord, daarom werkt de AIVD wereldwijd samen met partnerdiensten. Bij het aangaan van een samenwerking weegt de AIVD een aantal zaken zwaar mee. Zo is van belang hoe de democratische inbedding van de buitenlandse dienst is en hoe het is gesteld met de mensenrechten in het betreffende land.

Ook in 2019 is internationale samenwerking tussen collega-diensten cruciaal gebleken in het bestrijden van terrorisme. Deze samenwerking is deels verankerd in de Counter Terrorism Group (CTG). Dat is een Europees samenwerkingsverband van de veiligheidsdiensten uit de EU-landen plus Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland.

Het in ons land gevestigde platform waarbinnen gegevens over jihadstrijders direct met elkaar worden gedeeld, vereenvoudigt de samenwerking en draagt bij aan het krijgen van beter zicht in transnationale en internationale verbanden.

Deze samenwerking versterkt onze inlichtingenpositie en die van de aangesloten partners. Concreet leidt deze samenwerking tot het eerder onderkennen, identificeren en aanhouden van potentiële jihadistische aanslagplegers in Europa.

©iStockphoto

Radicale islam

Naast jihadisme bestaan er andere vormen van extremisme waarbij aanhangers democratie-ondermijnende activiteiten rechtvaardigen vanuit hun religieuze overtuiging.

Dit is het geval bij salafistische aanjagers  die problematische gedragingen vertonen die weliswaar niet strafbaar zijn, maar die haaks staan op onze democratische rechtsorde en deze dreigen te ondermijnen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om onderstaande gedragingen.

  1. Het bevorderen van structurele onverdraagzaamheid, intimidatie en/of intolerantie jegens mensen buiten de eigen geloofskring, zoals andersdenkende moslims, andersgelovigen en niet-gelovigen. Dit kan op bepaalde punten in strijd zijn met de wet en (op korte of lange termijn) een ondermijnende werking hebben op het democratisch bestel.
  2. Het ondermijnen van het gezag van instituties van de democratische rechtsorde (grondwet, rechtssysteem, democratische processen, overheid, politie, enzovoort) doordat de legitimiteit van dergelijke instituties niet wordt erkend en hiermee afgewezen.

Daarnaast kunnen gedragingen van salafistische aanjagers een voedingsbodem zijn voor verdere radicalisering naar het (gewelddadige) jihadistisch gedachtegoed.

Slechts een beperkt aantal islamitische moskeeën en organisaties in Nederland kan in mindere of meerdere mate extremistisch worden genoemd. Het onderzoek van de AIVD richt zich specifiek op radicaal-salafistische aanjagers.

Invloedrijke radicaal-salafistische aanjagers

De AIVD constateert dat radicaal-salafistische aanjagers, ondanks dat zij in absolute termen een minderheid vormen, een disproportioneel grote invloed hebben binnen islamitisch Nederland.

Het gaat hierbij veelal om een jongere generatie predikers die vaak in Nederland is geboren en buitenschools onderwijs heeft gehad van een oudere generatie radicaal-salafisten. Enkelen van hen hebben daarna een religieuze studie gevolgd in de Golfregio.

Een belangrijke oorzaak voor het succes van deze nieuwe radicaal-salafisten is dat zij in het Nederlands een strikte, eenzijdige interpretatie van de islam prediken die aansluit bij de belevingswereld van bepaalde groepen jongeren. Andere oorzaken zijn dat zij professioneel en goedkoop buitenschools onderwijs aanbieden en geregeld beschikken over voldoende geld. De AIVD onderzoekt in welke mate de middelen afkomstig zijn uit de Golfstaten.

Op het eerste gezicht is het extremistische karakter van de boodschap van deze radicaal-salafistische aanjagers niet altijd zichtbaar. Hierdoor zijn hun daadwerkelijke intenties voor een relatieve buitenstaander moeilijk te ontdekken.

De AIVD stelt vast dat enkele van deze voormannen doelbewust een strategie gebruiken waarmee zij proberen hun volgelingen zich stapsgewijs te laten afkeren van andersdenkende moslims en de in hun ogen ongelovige Nederlandse samenleving.

Andersdenkende moslims die het niet eens zijn met de extremistische interpretatie van deze salafistische aanjagers zijn vaak het eerste slachtoffer van hun activiteiten. Zij worden immers door de sociale druk die deze aanjagers uitoefenen, beknot in hun keuzevrijheid om deel te nemen aan onze samenleving.

Het gelijk van de eigen groep

Door een sterk polariserende retoriek kunnen de aanhangers van deze radicaal-salafistische aanjagers zich verder van de Nederlandse samenleving vervreemden en zich sterker binden aan de eigen groep.

Deze retoriek houdt in dat alle mogelijke kritiek op de eigen groep wordt geframed als een aanval op de islam. Radicaal-salafistische aanjagers verplichten vervolgens om stelling te nemen voor hun strikte interpretatie van de islam. Het kan daarbij gaan om een agressieve retoriek die nauwelijks ruimte laat voor nuance en die ook online te vinden is.

Negatieve invloed op islamitisch onderwijs

Veel van de activiteiten van radicaal-salafistische aanjagers zijn gericht op het onderwijzen van hun intolerante interpretatie van de islam (in hun ogen de enige juiste interpretatie). Zij zien zendingswerk als de enige legitieme reden om in een niet-islamitisch land zoals Nederland te wonen. Dit gebeurt vooral door het geven van buitenschools onderwijs aan kinderen.

Ook hiervoor geldt dat het extremistische karakter van de boodschap bewust niet altijd direct zichtbaar is. Geregeld worden zulke buitenschoolse onderwijsinitiatieven gefinancierd vanuit het buitenland.

Deze financiering zorgt ervoor dat zij die initiatieven professioneel kunnen vormgeven. Hierdoor zijn deze activiteiten zeer aantrekkelijk voor grote groepen moslims, omdat wordt voldaan aan een toenemende behoefte aan goedgeorganiseerd buitenschools onderwijs over de islam en de Arabische taal.

Uit diverse onderzoeken door de AIVD en anderen blijkt dat het buitenschools onderwijs van dergelijke radicaal-salafistische aanjagers kinderen een zwart-witvisie op de islam en een antidemocratische houding aanleert. Hierdoor vervreemden deze kinderen zich van de Nederlandse samenleving. Op de lange termijn kan dit de sociale cohesie onder druk zetten en daarmee de democratische rechtsorde ondergraven.

Als salafistische aanjagers betrokken zijn bij het reguliere onderwijs, is er extra reden tot zorg. Een voorbeeld hiervan in het reguliere onderwijs is het Amsterdamse Cornelius Haga Lyceum (CHL). Eind 2019 concludeerde de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) dat de gegevensverstrekking door de AIVD over het CHL in het algemeen rechtmatig is geweest.

De CTIVD is wel kritisch vanwege enkele geconstateerde onrechtmatigheden en onzorgvuldigheden in onderdelen van de gegevensverstrekking. De AIVD streeft er altijd naar zijn gegevensverstrekking zo zorgvuldig mogelijk te doen. Dat de CTIVD in dit geval desalniettemin oordeelt dat de AIVD op onderdelen tekort is geschoten, neemt de AIVD serieus.

De CTIVD geeft aan dat het merendeel van de verstrekkingen proportioneel en noodzakelijk is bevonden en het oordeel van de AIVD over het risico van de dreiging op termijn overeind blijft staan. De uitkomsten van het CTIVD-rapport bevestigen het belang van onderzoek door de AIVD naar salafistische aanjagers.

Ongewenste financiering uit het buitenland

Zoals eerder genoemd, hebben radicaal-salafistische aanjagers vaak voldoende geld. Voor een deel zijn deze middelen afkomstig uit eigen kring.

Maar geregeld komt die financiële steun uit het buitenland. Denk aan investeringen in en de bouw van moskeeën, het financieren van studiebeurzen voor islamstudies aan universiteiten in het buitenland en het leveren van lesmateriaal voor buitenschools onderwijs. Dergelijke steun kan gepaard gaan met inmenging op ideologisch gebied.

De AIVD schat in dat buitenlandse financiering er mede voor zorgt dat radicaal-salafistische aanjagers, ondanks dat zij in absolute termen een minderheid vormen, disproportioneel vertegenwoordigd zijn in Nederland. Dit geldt vooral voor hun aanwezigheid online en hun onderwijsactiviteiten.

Bij een zoektocht naar informatie over de islam stuit men bijvoorbeeld al snel ongemerkt op professioneel ogende onderwijsinitiatieven en hoogwaardig lesmateriaal van (radicaal-)salafistische aanjagers en organisaties.

Een zoekende geïnteresseerde komt zo stapsgewijs in aanraking met een extremistische interpretatie van de islam die op gespannen voet kan staan met de democratische rechtsorde.

Activiteiten en resultaten

Over de ontwikkelingen met betrekking tot de radicale islam zijn 10 ambtsberichten en 15 inlichtingenrapporten uitgebracht.

De AIVD werkt op dit dossier samen met de NCTV, diverse ministeries en lokale overheden. Aan de hand van concrete voorbeelden ondersteunt de AIVD zowel de nationale als de regionale overheid.

Zo biedt de AIVD handvatten voor de aanpak van een fenomeen dat op gespannen voet staat met de democratische rechtsorde, maar zich (nog) overwegend binnen de juridische kaders ervan beweegt. Het afgelopen jaar heeft de AIVD hierover presentaties verzorgd aan diverse gemeenten en andere overheidspartners.

Niet-jihadistische terroristische organisaties

In 2019 heeft de Koerdische Arbeiderspartij PKK haar geweldloze beleid ten aanzien van Europa en Nederland voortgezet. De PKK houdt vast aan haar langetermijndoel om geschrapt te worden van de EU-lijst van terroristische organisaties en erkend te worden als internationale gesprekspartner ten behoeve van de Koerdische zaak.

De PKK voert in Europa een politieke lobby richting Europese instituties en organiseert demonstraties en publieksacties. Zo organiseerde de PKK begin 2019 ‘solidariteitshongerstakingen’ waaraan Koerdische activisten in verschillende Europese steden deelnamen.

Daarnaast voert de PKK in Europese landen een financiële campagne onder de Koerdische diaspora en stimuleert zij Koerdische jongeren om actief te worden binnen de organisatie.

De activiteiten van de PKK in Europa hangen nauw samen met ontwikkelingen in de Koerdische gebieden in Turkije, Noord-Irak en Noord-Syrië. De PKK beschouwt de Turkse inval in Noord-Syrië, begin oktober, en de terugtrekking van de troepen door de Verenigde Staten als een groot verraad richting de Syrische Koerden en andere bevolkingsgroepen in het gebied.

De vestiging van een autonome Koerdische regio in Syrië lijkt hiermee verder weg dan ooit. In Europa leidde het conflict in Noord-Syrië voornamelijk tot meer (pro-)Koerdische demonstraties en ander politiek activisme.

Activiteiten en resultaten

In het kader van het onderzoek naar niet-jihadistische terroristische organisaties heeft de AIVD in 2019 4 inlichtingenrapporten uitgebracht.

Ga terug naar de overzichtspagina van het AIVD-jaarverslag 2019.