Spionage en ongewenste bemoeienis van een ander land liggen dicht bij elkaar. Waar spionage zich richt op het inwinnen van informatie, proberen andere landen zich soms ook actief, maar in het geheim, te bemoeien met de gang van zaken in Nederland. In dit soort gevallen spreken we van 'ongewenste buitenlandse inmenging'.

Dissidenten en diaspora

Die bemoeienis kan gericht zijn tegen (voormalige) burgers van een ander land die naar Nederland zijn gekomen (diaspora). Een land kan bijvoorbeeld tot doel hebben een groep dissidenten de mond te snoeren of invloed te krijgen, of houden, op zijn (ex-)landgenoten in Nederland. Dat is onwenselijk: het politieke, economische en maatschappelijke systeem wordt op deze manier ondermijnd.

Sabotage

Ongewenste inmenging kan zich ook uiten in sabotage. In een poging invloed te vergaren kan een ander land zich bijvoorbeeld nestelen in vitale infrastructuur. Daarmee heeft dat land een belangrijke pressiemiddel in handen. Omdat steeds meer systemen met elkaar en het internet verbonden zijn, worden sabotageacties vaak op digitale wijze uitgevoerd.

Politieke besluitvorming

Andere landen kunnen ook proberen politieke beslissingen te beïnvloeden, bijvoorbeeld om ze in hun eigen voordeel uit te laten pakken. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van het verspreiden van nepnieuws, propaganda of desinformatie. Omdat de digitalisering deze vorm van inmenging veel makkelijker heeft gemaakt, worden de gevolgen ingrijpender. Manipulatie van de politieke beeldvorming ligt steeds vaker op de loer.

Misbruik van infrastructuur

Een bijzondere manier van ongewenste buitenlandse inmenging is wanneer staten misbruik maken van de ICT-infrastructuur van Nederland. Wij zien dat landen aanvallen plegen die via de goed ontwikkelde infrastructuur van ons land lopen. Hierdoor wordt Nederland ongewild betrokken bij de verspreiding van digitale aanvallen die een inbreuk vormen op de economische, militaire en politieke belangen van bondgenoten.