De democratische rechtsorde en islamitisch onderwijs: buitenlandse inmenging en anti-integratieve tendensen

In het algemeen bestaat er bij de overheid een gebrekkig beeld over hetgeen zich - al dan niet achter de schermen - binnen het islamitisch onderwijsveld afspeelt. De gevoeligheid van de materie vormt echter een barrière voor beleidsmakers en andere betrokkenen om zelf nader onderzoek in te stellen of openlijk uiting te geven aan hun zorg. De BVD heeft in eerdere publicaties wel zijn zorg uitgesproken over bemoeienis van politiek-islamitische groeperingen en buitenlandse mogendheden met het islamitisch onderwijs in Nederland.

In de media verschijnen regelmatig artikelen waarin een spanningsveld wordt gesignaleerd tussen ontwikkelingen en activiteiten in het islamitisch onderwijs en de in Nederland gehanteerde principes van tolerantie en nondiscriminatie.

Ook hebben de media enkele malen bericht over pogingen door buitenlandse organisaties om invloed te verwerven in het islamitisch onderwijs in Nederland.

De BVD ziet hierin een aanleiding om meer gericht onderzoek te verrichten naar zaken rond Nederlandse onderwijsinstellingen op islamitische grondslag (in de rapportage kortweg aangeduid als islamitisch onderwijs) die nu of op langere termijn schadelijk kunnen zijn voor de democratische rechtsorde.

Het onderzoek spitst zich toe op de volgende vragen:

  1. In welke mate en op welke wijze trachten islamitische gidslanden, buitenlandse islamitische fondsen, overheden van herkomstlanden of politiek-islamitische organisaties invloed te verwerven op het islamitisch onderwijs in Nederland?
  2. In welke mate zijn personen en organisaties die politiek-islamitische en/of radicaalislamitische opvattingen zijn toegedaan actief binnen islamitische onderwijsinstellingen, en in welke mate en op welke wijze worden deze opvattingen aan de leerlingen uitgedragen?
  3. In welke mate sturen personen en organisaties die bemoeienis hebben met het islamitische onderwijs doelbewust aan op het tegengaan van de integratie van moslims in de Nederlandse samenleving?
  4. In welke mate zijn het islamitisch onderwijsveld en de Nederlandse overheid in staat om tegenwicht te bieden aan ontwikkelingen binnen het islamitisch onderwijs die strijdig zijn met of zelfs een bedreiging vormen voor de democratische rechtsorde en de personen of organisaties die hiervoor verantwoordelijk zijn?