De gewelddadige jihad in Nederland

Sinds de aanslagen van 11 september 2001 domineert de dreiging van het islamistisch terrorisme de nationale en de internationale veiligheidsagenda. De AIVD heeft met enige regelmaat in het openbaar gepubliceerd over verschillende aspecten van deze dreiging. Dit rapport moet dan ook worden gelezen tegen de achtergrond van eerdere AIVD-publicaties. Het rapport is een nadere uitwerking van de in 2004 verschenen publicatie Van dawa tot jihad, maar richt zich uitsluitend op de gewelddadige jihadistische stromingen binnen de radicale islam.

De gewelddadige jihad in Nederland beschrijft het fenomeen van jihadistische netwerken die in ons land aanwezig zijn en waarin de terroristische dreiging zich vandaag de dag manifesteert. Het rapport biedt inzicht in de wijze waarop deze netwerken ontstaan en zich in de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. De belangrijkste trend die de AIVD constateert is dat de jihadistische dreiging steeds vaker voortkomt vanuit onze eigen samenleving. Voornaamste oorzaak daarvan zijn processen van radicalisering en rekrutering onder jonge moslims. Behalve onderlinge groepsdwang speelt ook het internet bij deze processen een steeds grotere rol.

In het rapport worden duidelijke kanttekeningen geplaatst bij de duiding van Al Qa’ida als een strategische mastermind die wereldwijd jihadistische netwerken aanstuurt en aanslagen voorbereidt. Decentrale en lokale netwerken nemen vooral ook zelf initiatieven en laten zich vaak leiden door lokale omstandigheden. De grootste dreiging voor ons land lijkt momenteel uit te gaan van deze lokale jihadistische netwerken die wortelen in een lokale voedingsbodem. Dit biedt nationale overheden en lokale besturen aangrijpingspunten voor beleid. De uitgangspunten van de door de AIVD in het rapport Van dawa tot jihad bepleite brede benadering, waarin gebrekkige integratie, radicalisme, rekrutering en terrorisme onlosmakelijk onderdeel zijn van het hier beschreven fenomeen, zijn daarvoor nog altijd richtinggevend. Dit heeft in ons land geleid tot een brede aanpak van terrorismebestrijding waarbij verschillende overheidsdiensten zijn betrokken. Het gaat daarbij zowel om preventieve maatregelen ter voorkoming van radicalisering, als repressie van terroristische netwerken en individuen. Op nationaal niveau speelt de Nationale Coördinator voor Terrorismebestrijding (NCTb) hierbij een initiërende en coördinerende rol. Op lokaal niveau zijn verschillende grote steden reeds actief met het implementeren van deze brede benadering.

De recente internationale commotie rondom de plaatsing van cartoons van de profeet Mohammed in een Deense krant laat zien dat het dreigingsbeeld in Nederland mede wordt bepaald door de actuele internationale context. Ook het feit dat tussen lokale en internationale jihadistische netwerken contacten bestaan en nog steeds worden gelegd, maakt de wereld van de gewelddadige jihad complex en zeer dynamisch en illustreert dat de dreiging tegen Europa en dus ook tegen Nederland, vanuit het buitenland reëel aanwezig blijft. Die dreiging kan het beste worden bestreden met behulp van de intensieve internationale samenwerking.

De radicaliseringsprocessen verhogen niet alleen de jihadistische dreiging op korte termijn, maar bedreigen ook op termijn de cohesie en onderlinge solidariteit in onze maatschappij en daarmee de democratische rechtsorde. Een stevig contraterrorismebeleid dient daarom hand in hand te gaan met het bevorderen van integratieprocessen en het mobiliseren van de weerstand tegen radicalisering binnen de islamitische gemeenschap.

Het zal echter een langdurige collectieve inspanning vragen van overheid en samenleving om voldoende tegenwicht te bieden aan de lokroep van een extremistische heilsleer, waarvoor een groeiend aatal jonge moslims in onze maatschappij zich ontvankelijk toont, maar die zich niet verdraagt met de in Nederland gewenste democratische rechtsorde.

S.J. van Hulst

Hoofd Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst