De Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo) biedt de mogelijkheid om functies waarin de functionaris de nationale veiligheid kan schaden, aan te wijzen als vertrouwensfuncties. Daarnaast biedt de Wvo de mogelijkheid een locatie aan te wijzen waarbij toegang tot die locatie de nationale veiligheid kan schaden.
De Leidraad aanwijzing vertrouwensfuncties en locaties stelt de beleidskaders vast om te bepalen voor welke functies en locaties een veiligheidsonderzoek noodzakelijk is en van welk niveau dit veiligheidsonderzoek moet zijn. Deze leidraad biedt een eenduidig kader voor de aanwijzing van vertrouwensfuncties en locaties. Het biedt de vakminister handvatten om op uniforme wijze functies en locaties te onderscheiden van waaruit de nationale veiligheid gecompromitteerd zou kunnen worden.
Deze leidraad heeft betrekking op het aanwijzen van vertrouwensfuncties en locaties in het civiele domein. Vertrouwensfuncties en locaties in het militaire domein vallen onder de verantwoordelijkheid van de minister van Defensie, die hiervoor eigen aanwijsbeleid hanteert.
Veelgestelde vragen
Een aangewezen locatie is een locatie waarbij toegang tot die locatie voor het vervullen van een functie een risico voor de nationale veiligheid kan opleveren. De term ‘locatie’ kan verwijzen naar een specifieke topografische locatie, maar ook naar een groter gebied of een geografische plaats met permanente faciliteiten (zoals een luchthaven, bedrijfscampus of haven). Ook is het mogelijk dat een aantal verschillende niet- aansluitende (geografische) locaties gezamenlijk worden aangewezen omdat de daar uitgevoerde activiteiten en de daarmee samenhangende risico’s voor de nationale veiligheid dezelfde zijn.
Een verklaring van geen bezwaar is een verklaring van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: de minister van BZK) of de minister van Defensie dat uit het veiligheidsonderzoek geen informatie is gebleken die nadelig is voor de uitoefening van de vertrouwensfunctie of toegang tot de locatie. De werkgever kan de betrokkene vervolgens plaatsen op de vertrouwensfunctie of toegang geven tot de locatie.
Een vertrouwensfunctie is een functie waarbinnen de mogelijkheid bestaat om de nationale veiligheid te schaden. Vertrouwensfuncties komen voor in verschillende sectoren, waaronder de Rijksoverheid, de Dienst van het Koninklijk Huis, defensieorderbedrijven, Hoge Colleges van Staat en bedrijven in de vitale sectoren. Voordat een kandidaat-functionaris kan starten in een vertrouwensfunctie, voert de AIVD een veiligheidsonderzoek uit naar deze kandidaat-functionaris.
Functies en organisaties die wettelijk zijn uitgezonderd van het aanwijzen van vertrouwensfuncties zijn:
- De leden van de rechterlijke macht die belast zijn met de rechtspraak
- De procureur-generaal bij de Hoge Raad
- De leden van het kabinet
- De leden van de Raad van State
- De leden van de Eerste Kamer
- De leden van de Tweede Kamer
- De leden van de Algemene Rekenkamer
- De Nationale ombudsman
- De substituut-ombudsman
- De leden van het College van Beroep voor het bedrijfsleven
Meer informatie over wat precies een vertrouwensfunctie is te vinden op de pagina over vertrouwensfuncties.
De vakminister
De minister die direct of indirect de politieke verantwoordelijkheid draagt voor de organisatie waarin een vertrouwensfunctie of locatie moet worden aangewezen (verder te noemen: vakminister), wijst vertrouwensfuncties en locaties aan met een besluit op basis van de aanwijsgronden. Dat betekent ook dat de vakminister verantwoordelijk is als een functie of locatie ten onrechte is aangewezen of juist niet is aangewezen. De vakminister doet dit in overeenstemming met de minister van BZK, die deze verantwoordelijkheid heeft gemandateerd aan de directeur-generaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). De vakminister fungeert tevens als toezichthouder op de naleving van de Wet veiligheidsonderzoeken binnen de eigen sector. De bevoegdheid van de vakminister om vertrouwensfuncties en locaties aan te wijzen en het toezichthouden, kan eveneens worden gemandateerd.
De werkgever
Binnen de Wet veiligheidsonderzoeken wordt onder het begrip ‘werkgever’ verstaan: de functionele leiding binnen de organisatie die toegang geeft tot het te beschermen belang. Om deze belangen te beschermen tegen potentiële dreigingen zijn verschillende beveiligingsmaatregelen mogelijk. Wanneer er na de genomen beveiligingsmaatregelen sprake is van resterende risico’s voor de nationale veiligheid, kan de werkgever een mogelijke vertrouwensfunctie of locatie aandragen bij de vakminister. De werkgever is verplicht om alle informatie die relevant is voor het mogelijke aanwijzen van een vertrouwensfunctie of locatie te delen. Zo kan de vakminister, in overeenstemming met de minister van BZK de juiste afweging maken.
Als er veranderingen in de organisatie zijn, heeft de werkgever de verplichting om te toetsen of deze veranderingen effect hebben op de aangewezen vertrouwensfuncties of locaties.
De toegangsbeheerder
Bij de aanwijzing van een locatie door de vakminister moet ook meteen een toegangsbeheerder aangewezen worden. Een toegangsbeheerder ziet er op toe dat enkel personen toegang tot de locatie krijgen die beschikken over de juiste verklaring van geen bezwaar (vgb). Mocht de vgb van een persoon worden ingetrokken dan zal de Unit Veiligheidsonderzoeken de toegangsbeheerder(s) hierover informeren zodat de toegangsbeheerder(s) de juiste maatregelen kan treffen. Het toegangsbeheer kan door één partij worden uitgevoerd of door meerdere verantwoordelijken voor één aangewezen locatie. De vakminister legt dit vast in het aanwijsbesluit.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties/de AIVD
De overeenstemming tussen de vakminister en de minister van BZK/de directeur-generaal van de AIVD zorgt voor de borging van het juiste afwegingsproces en voor uniformiteit in het aanwijsproces door de verschillende vakministers. Hiertoe dient de vakminister desgevraagd informatie te verstrekken aan de minister van BZK over het genoemde afwegingsproces. Tevens adviseert het ministerie van BZK/de directeur-generaal van de AIVD de vakminister over de vaststelling van de vertrouwensfuncties en locaties.
Nadat de vakminister een functie of locatie heeft aangewezen, is de AIVD verantwoordelijk voor het uitvoeren van de veiligheidsonderzoeken.
Een Verklaring van Geen Bezwaar wordt in beginsel afgegeven voor een specifieke functie op basis van kwetsbaarheden. Op het moment dat een persoon met een Verklaring van Geen Bezwaar een andere vertrouwensfunctie bij dezelfde of een andere werkgever gaat vervullen, is er in principe een nieuw veiligheidsonderzoek nodig. Onder voorwaarden is het echter mogelijk om van vertrouwensfunctie te wisselen zonder dat een nieuwe VGB nodig is. Dit wordt ook wel functieclustering genoemd. Hieronder wordt aangegeven bij welke voorwaarden functieclustering mogelijk is.
Rijksoverheid
Vanwege de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra, 1 januari 2020) is niet het departement de werkgever van een ambtenaar, maar de Staat der Nederlanden (Sector Rijk). Deze verandering in de wet maakt het voor de ambtenaren mogelijk om hun Verklaring van Geen Bezwaar ‘mee te nemen’ naar een functie met een vergelijkbaar veiligheidsmachtigingsniveau.
Er zijn vier voorwaarden waaraan moet worden voldaan om functieclustering mogelijk te maken:
- De betrokkene moet een Rijksambtenaar zijn, ook in de nieuwe functie;
- De afgegeven VGB voor de huidige functie is op het moment van de overstap nog geldig;
- Het niveau van de nieuwe vertrouwensfunctie is gelijk aan of lager dan het niveau van de huidige vertrouwensfunctie;
- Er is sprake van een directe overstap van de huidige naar de nieuwe vertrouwensfunctie.
De werkgever moet hiervoor ook een actuele registratie bijhouden met de bezetting van de vertrouwensfuncties en de afgiftedata van de VGB’s. Het staat de nieuwe werkgever altijd vrij om toch een hernieuwd veiligheidsonderzoek aan te vragen voordat de werknemer start met de nieuwe functie.
De ambtenaren van de volgende ministeries zouden hun VGB in beginsel kunnen meenemen binnen de Sector Rijk:
- Ministerie van Algemene Zaken
- Ministerie van Asiel en Migratie
- Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Ministerie van Buitenlandse Zaken
- Ministerie van Economische Zaken
- Ministerie van Financiën
- Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
- Ministerie van Justitie en Veiligheid
- Ministerie van Klimaat en Groene Groei
- Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Ook alle ambtenaren van de colleges als bedoeld in artikel 1.1 van de Comptabiliteitswet 2016 zouden hun VGB in beginsel kunnen meenemen binnen de Sector Rijk:
- Algemene Rekenkamer
- De Nationale Ombudsman
- Eerste Kamer der Staten-Generaal
- Kanselarij der Nederlandse Orden
- Raad van State
- Tweede Kamer der Staten-Generaal
Enkele categorieën van bij de Rijksoverheid werkzame ambtenaren zijn uitgesloten van het meenemen van hun VGB. Weliswaar zijn zij krachtens een arbeidsovereenkomst werkzaam bij een overheidswerkgever maar hun publieksrechtelijke rechtspositie is niet gewijzigd vanwege de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra, 1 januari 2020). Het betreft onder meer:
- Rechtelijke ambtenaren
- Defensiepersoneel
- Politiepersoneel
Private sector
Binnen de private sector is het niet mogelijk om een VGB mee te nemen naar een andere vertrouwensfunctie. Een VGB is in de private sector gebonden aan een specifieke werkgever en functie.
Rijksoverheid
Op grond van artikel 12 van de Ambtenarenwet 2017 is de overheid verplicht om voor vertrouwensfuncties de Nederlandse nationaliteit te eisen. Een uitzondering hierop is slechts mogelijk indien 'het dienstbelang dat bepaaldelijk vordert'. Bij de aanmelding van een niet-Nederlandse (toekomstige) medewerker voor een veiligheidsonderzoek dient een 'Niet-Nederlander Verklaring' aan het dossier te worden toegevoegd. De betreffende vakminister is verantwoordelijk voor de verklaring.
Private sector
In verband met het beginsel van vrij verkeer van werknemers (artikel 45 VWEU) tussen de lidstaten van de Europese Unie, is het binnen de private sector niet mogelijk om de Nederlandse nationaliteit te eisen voor de vervulling van een vertrouwensfunctie.
Bij detachering ligt de verantwoordelijkheid voor het aanvragen van een veiligheidsonderzoek bij de organisatie die de toegang tot het te beschermen belang verleent. De Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo) gaat uit van de werkgever als aanvrager en is in dit geval de organisatie die toegang verleent tot te beschermen belangen.
Een vgb wordt in beginsel afgegeven voor een specifieke functie. Op het moment dat een persoon met een vgb een andere vertrouwensfunctie bij dezelfde of een andere werkgever gaat vervullen, is er doorgaans een nieuw veiligheidsonderzoek nodig. Onder twee voorwaarden is het echter mogelijk om van vertrouwensfunctie te wisselen zonder dat een nieuwe vgb nodig is: Functieclustering bij de Rijksoverheid
Door de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) op 1 januari 2020, is de Staat der Nederlanden (Sector Rijk) de rechtstreekse werkgever van de ambtenaar in plaats van het departement. Deze wetswijziging zorgt ervoor dat ambtenaren hun huidige vgb kunnen behouden bij een overstap naar een nieuwe functie met hetzelfde veiligheidsmachtigingsniveau.
Er zijn vier voorwaarden waaraan moet worden voldaan om functieclustering mogelijk te maken:
- De betrokkene moet een Rijksambtenaar zijn, ook in de nieuwe functie;
- De afgegeven vgb voor de huidige functie is op het moment van de overstap nog geldig;
- Het niveau van de nieuwe vertrouwensfunctie is gelijk aan of lager dan het niveau van de huidige vertrouwensfunctie;
- Er is sprake van een directe overstap van de huidige naar de nieuwe vertrouwensfunctie.
De werkgever moet hiervoor ook een actuele registratie bijhouden met de bezetting van de vertrouwensfuncties en de afgiftedata van de vgb’s. Het staat de nieuwe werkgever altijd vrij om toch een hernieuwd veiligheidsonderzoek aan te vragen voordat de werknemer start met de nieuwe functie.
De ambtenaren van de volgende ministeries kunnen hun vgb in beginsel meenemen binnen de Sector Rijk:
- Ministerie van Algemene Zaken
- Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Ministerie van Buitenlandse Zaken
- Ministerie van Economische Zaken
- Ministerie van Financiën
- Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
- Ministerie van Justitie en Veiligheid
- Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Ook alle ambtenaren van de colleges als bedoeld in artikel 1.1 van de Comptabiliteitswet 2016 kunnen hun vgb in beginsel behouden binnen de Sector Rijk:
- Algemene Rekenkamer
- De Nationale Ombudsman
- Eerste Kamer der Staten-Generaal
- Kanselarij der Nederlandse Orden
- Raad van State
- Tweede Kamer der Staten-Generaal
Enkele categorieën van bij de Rijksoverheid werkzame ambtenaren zijn uitgesloten van het meenemen van hun vgb. Weliswaar zijn zij krachtens een arbeidsovereenkomst werkzaam bij een overheidswerkgever maar hun publieksrechtelijke rechtspositie is niet gewijzigd vanwege de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra, 1 januari 2020). Het betreft onder meer:
- Rechterlijke ambtenaren
- Defensiepersoneel
- Politiepersoneel
Aangewezen locatie
Personen die op een aangewezen locatie werkzaam zijn met een vgb voor die locatie, kunnen zonder nieuw veiligheidsonderzoek overstappen naar een andere functie en/of andere werkgever binnen dezelfde locatie. Het enige wat daarvoor moet gebeuren is dat de nieuwe werkgever de persoon aanmeldt in het register van actieve vertrouwensfunctionarissen. De nieuwe werkgever krijgt dan een duplicaat van de huidige vgb toegestuurd met daarop de gegevens van het nieuwe bedrijf/organisatie waar de persoon gaat werken.
Als een werkgever niet valt onder de Rijksoverheid of een aangewezen locatie, is het niet mogelijk om een vgb mee te nemen naar een andere vertrouwensfunctie. De vgb is dan gebonden aan een specifieke werkgever en functie.De uitvoering van periodieke herhaalonderzoeken, elke vijf jaar of een veelvoud daarvan, is in artikel 9 Wvo vastgelegd. De werkgever is dus verplicht om op bepaalde momenten een hernieuwd veiligheidsonderzoek aan te vragen. Het is afhankelijk van het beveiligingsbeleid van de werkgever op welk moment een herhaalonderzoek plaats zal vinden.
Naast de periodieke herhaalonderzoeken, blijft een vgb geldig totdat de werknemer de functie niet meer vervult (bij het verlaten van de functie vervalt de vgb van rechtswege) of de vgb wordt ingetrokken.
Binnen de Rijksoverheid is in de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijk afgesproken dat veiligheidsonderzoeken voor A-vertrouwensfuncties minimaal elke vijf jaar worden herhaald en veiligheidsonderzoeken voor B- en C-vertrouwensfuncties minimaal eens in de tien jaar.
De werkgever is wettelijk verplicht (conform art. 3, lid 2 en 3 Wvo) om de AIVD te informeren over alle wijzigingen en veranderingen die van invloed kunnen zijn op de vertrouwensfuncties. Een functie kan immers wijzigen of komen te vervallen wanneer de sluitstukgedachte anders wordt toegepast, of wanneer de toegang tot specifieke te beschermen belangen niet langer noodzakelijk is.
De lijst met vertrouwensfuncties moet via de vakminister worden aangepast als:
- nieuwe vertrouwensfuncties bij een organisatie(onderdeel) worden aangewezen;
- een vertrouwensfunctie komt te vervallen;
- een functiebenaming of -nummer wordt gewijzigd;
- de benaming van een organisatie(onderdeel) wordt gewijzigd.
Wijzigen middels een wijzigingsbesluit
De aanpassingen worden vastgelegd in een wijzigingsbesluit. De vakminister (of de gemandateerde) moet een dergelijk wijzigingsbesluit ter instemming voorleggen aan de directeur-generaal van de AIVD.
Als alleen een functienaam of -nummer wijzigt, kan ook worden gewacht tot het eerstvolgende wijzigingsbesluit. In de tussentijd kunnen vgb’s afgegeven worden onder de ‘oude’ functiebenaming of het ‘oude’ functienummer.
Procedure wijzigingsbesluit
De procedure van een wijzigingsbesluit is gelijk aan de procedure van het aanwijzen van vertrouwensfuncties.
