Algemene Rekenkamer publiceert rapport over operationele slagkracht van diensten

Bij de voorbereiding van de invoering van de Wiv 2017 is er onvoldoende aandacht besteed aan de impact op de uitvoeringspraktijk van de AIVD en MIVD. Dat is de hoofdconclusie in het Algemene Rekenkamer rapport 'Operationele Slagkracht AIVD/MIVD: de wet dwingt, de tijd dringt, de praktijk wringt' dat vandaag is gepubliceerd.

De cover van het Algemene Rekenkamer-rapport: Slagkracht van AIVD en MIVD

Daarvoor is volgens het rapport niet één partij als verantwoordelijke aan te wijzen. Zowel de uitvoerende als de wetgevende macht hebben daarin een rol gespeeld.

In de toekomst is het zaak diensten nauwer te betrekken bij eventuele wetswijzigingen.

Met operationele slagkracht doelt de rekenkamer op de 'vuist' die de diensten kunnen maken bij de uitvoering van hun taken voor de bescherming van de nationale veiligheid. De effectiviteit van de diensten staat onder druk door de effecten van de Wiv 2017 op die operationele slagkracht:

  • Inlichtingenposities staan onder druk, omdat de implementatie van de Wiv 2017 is onderschat en nog niet is afgerond. Die implementatie vraagt zowel incidentele als structurele capaciteit. Dit gaat ten koste van het vermogen om te innoveren;
  • Nieuwe waarborgen uit de Wiv 2017 beperken de inzet van bijzondere bevoegdheden. Teams onderkennen negatieve effecten bij onderzoeken naar nieuwe of verborgen dreigingen, of het verkrijgen van strategische posities en (snelheid in) internationale samenwerking;
  • Toename van administratieve handelingen waardoor minder tijd overblijft voor het uitvoeren van onderzoeken.

Aanbevelingen worden overgenomen

De ministers Ollongren (BZK) en Bijleveld-Schouten (Defensie) onderschrijven de conclusies van de Algemene Rekenkamer.

De aanbevelingen worden deels al in de praktijk gebracht en worden meegenomen in het traject om de Wiv 2017 te wijzigen. Die wetswijziging is aangekondigd als reactie op het rapport van de commissie die de Wiv 2017 heeft geëvalueerd.

Dat betekent onder meer dat diensten tijdig worden betrokken bij de voorbereidingen om adequate technische en operationele adviezen te geven en dat reeds is voorzien in een uitvoeringstoets.

Het onderzoek van de Algemene Rekenkamer is uitgevoerd op verzoek van de minister van Defensie, die destijds ook de AIVD tijdelijk in portefeuille had.