De AIVD mag gericht personen of organisaties afluisteren als dat voor een lopend onderzoek noodzakelijk is. We onderscheppen dan de communicatie van een specifieke persoon of organisatie. Voor afluisteren gelden strikte voorwaarden.

Afluisteren van gesprekken en lezen van berichten

Als we iemand afluisteren, of (af)tappen, luisteren we bijvoorbeeld mee met de gesprekken die deze persoon voert, of lezen de berichten die hij met anderen uitwisselt.

Het kan daarbij gaan om telefonische gesprekken, maar ook om online communicatie. Wij mogen dan ook mails, chats en sms-berichten onderscheppen. Als berichten versleuteld zijn, mogen wij ze ontcijferen. Ook het opnemen van gesprekken met microfoons valt onder dezelfde regels van afluisteren.

Afluisteren is dus iets anders dan de bevoegdheid om digitale datastromen te onderzoeken op bepaalde kenmerken. In dat geval richten we ons niet zozeer op één persoon of organisatie, maar op een omgeving waarbinnen wij vermoeden dat er informatie voor ons onderzoek wordt uitgewisseld. We verzamelen in dat geval eerst metadata, zodat we op basis van die informatie kunnen bepalen welke persoon of organisatie we eventueel nader moeten onderzoeken.

Doelgericht, noodzakelijk, gepast en de enige manier

De inzet van een bijzondere bevoegdheid, zoals afluisteren, moet aan een aantal voorwaarden voldoen.

  • Het afluisteren past binnen de onderzoeken waar de regering ons opdracht voor gegeven heeft. Ook is het gericht op het doel dat wij met ons onderzoek nastreven. (doelgerichtheid)
  • Het is noodzakelijk om af te luisteren, dus er bestaat een dreiging voor de nationale veiligheid. (noodzakelijkheid)
  • De inbreuk op de privacy van mensen staat in verhouding tot het doel dat we ermee bereiken: het terugdringen van dreiging. (proportionaliteit)
  • Er is geen ander, minder zwaar middel voorhanden om de benodigde informatie te verkrijgen. (subsidiariteit)

Toestemming minister en akkoord onafhankelijke toetsingscommissie nodig

Als wij vinden dat wij aan de eisen voldoen om het middel 'afluisteren' in te zetten, mogen wij daar niet zelf over beslissen. Wij moeten de minister om toestemming vragen voor de daadwerkelijke inzet. Die toestemming moet daarna getoetst worden door een onafhankelijke commissie. Als deze oordeelt dat niet goed genoeg onderbouwd is waarom wij iemand willen afluisteren, dan gaat het niet door.

Heeft de minister eenmaal toestemming verleend en is de commissie het hiermee eens, dan geldt de toestemming voor een periode van maximaal drie maanden.

Voor het afluisteren van advocaten en journalisten gelden strengere regels. Advocaten moeten tenslotte vertrouwelijke gesprekken kunnen voeren met hun cliënten en journalisten moeten de identiteit van hun bronnen kunnen beschermen. Daarom moet de minister toestemming vragen aan de rechter als wij een advocaat of journalist willen afluisteren. De toestemming geldt dan voor maximaal vier weken.

Alleen gericht afluisteren

Bij het gericht afluisteren vragen wij aan een aanbieder van een communicatiedienst, bijvoorbeeld een telecomprovider, om communicatie te onderscheppen van een bepaald(e) persoon of organisatie en van bepaalde telefoonnummers of technische kenmerken. Zo’n technisch kenmerk is bijvoorbeeld een user-ID of een nickname, en heeft een uniek karakter.

In ons toestemmingsverzoek aan de minister moeten wij duidelijk vermelden wie wij willen afluisteren, en om welk telefoonnummer of technisch kenmerk het gaat. Bent u een communicatieaanbieder? Lees meer over de procedure op de pagina aanbieders van communicatiediensten

Gericht betekent overigens dat we niet alleen de berichten mogen lezen die de persoon, die wij 'onder de tap'hebben,  verstuurt, maar ook die hij ontvangt. Zolang ze relevant zijn voor ons onderzoek. Wij mogen dus de communicatie van en naar dat nummer onderscheppen en bekijken. Als hierbij contact is met een advocaat, gelden nog extra waarborgen.

De wet houdt er ook rekening mee dat iemand steeds verschillende nummers of aliassen gebruikt, wat tegenwoordig meer gebeurt. Als zeker is dat de identiteit van de persoon achter die nummers of technische kenmerken telkens dezelfde is, mogen wij ze allemaal aftappen zonder dat wij daar telkens opnieuw toestemming voor hoeven vragen. Wij mogen ze dan 'bijschrijven' op dezelfde aanvraag.

Nummer onbekend?

Het kan voorkomen dat we niet weten welk telefoonnummer of technisch kenmerk iemand gebruikt. Meestal kunnen aanbieders van communicatiediensten, zoals telecomaanbieders, ons aan de persoonsgegevens helpen. Zij zijn verplicht om ons de benodigde informatie te verstrekken.

Soms beschikken ook de communicatieaanbieders niet over de benodigde identiteitsgegevens. Voor het gebruik van een prepaid-telefoonnummer is bijvoorbeeld een registratie op naam niet nodig.

Wij mogen dan met behulp van scanapparatuur proberen te achterhalen welk nummer een bepaalde persoon gebruikt. Dan onderscheppen wij tijdelijk het telefoonverkeer in de buurt van het 'target'. Het kan dan nodig zijn om kort kennis te nemen van de inhoud van de gesprekken, om zeker te weten dat we de communicatie van de juiste persoon hebben. Dat is alleen toegestaan voor dat doel.

Dit identificeren mag alleen door een select groepje medewerkers plaatsvinden. Zij mogen andere collega’s alleen informeren over de ontbrekende informatie: de identiteit van de persoon die wij willen afluisteren en het nummer of het technisch kenmerk dat deze persoon gebruikt. Communicatie van andere personen die daarbij kort is onderschept, wordt direct vernietigd.

Het nummer is bekend, maar de persoon niet

Het kan ook voorkomen dat we een nummer of technisch kenmerk weten, maar niet weten wie er achter het nummer zit. We zien een chatnaam met een IP-adres, maar weten niets meer. De minister geeft in zo'n geval alleen toestemming onder de strikte voorwaarde dat de ontbrekende informatie zo snel mogelijk wordt ingevuld.