Internationale dreigingen en politieke veiligheidsbelangen

De AIVD beschermt Nederland door (ongeziene) dreigingen tegen de nationale veiligheid te onderzoeken. De AIVD en de MIVD onderzoeken bovendien samen of in nauwe afstemming ook heimelijke, politieke intenties van andere landen die Nederlandse belangen kunnen schaden – hier en in het buitenland. 

De verkregen politieke inlichtingen helpen ministeries bij het maken en aanscherpen van beleid. De ministers van Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Defensie, en de minister-president wijzen samen aan waar de dienst in het buitenland onderzoek naar doet. Deze pagina behandelt welke internationale dreigingen de AIVD in 2020 onderzocht.

De AIVD krijgt bij onderzoeken onder meer informatie van buitenlandse diensten, menselijke bronnen en door naslag in open bronnen. Zo nodig mag de dienst mensen volgen, telefoongesprekken afluisteren en hacken.

Meer over hoe vaak de AIVD dat doet en welke regels de dienst daarbij volgt is te lezen op de pagina Toezicht en organisatie.

De digitale component van spionage

Steeds meer spionage - economisch en politiek - gebeurt digitaal. Onder meer Rusland probeert op grote schaal of het andermans ICT-systemen kan binnendringen. Het beveiligingslek bij Citrix illustreert de omvang van het probleem. Duizenden bedrijven en overheden ondervonden hiervan hinder of werden zelfs gecompromitteerd.

De AIVD zag in 2020 meer zogeheten supply-chainaanvallen door statelijke actoren. Daarbij breekt de actor in op het computernetwerk van een toeleverancier van een bedrijf of overheidsinstelling. Via die, soms minder goed beveiligde, toeleverancier komt de actor makkelijker binnen bij zijn echte doelwit.

Met name Rusland deed dat in 2020, wereldwijd en op grote schaal. Het land richtte zich vooral op overheidsinstanties. Afgelopen jaar viel het land daarnaast bedrijven aan. De AIVD en MIVD stelden vast dat onder meer Russische statelijke actoren een kwetsbaarheid in Citrix-software op grote schaal hadden misbruikt. 

Statelijke actoren kregen in 2020 aanzienlijk meer aanvalsmogelijkheden voor digitale spionage. Omdat zoveel mensen thuiswerkten, waren bedrijven afhankelijker van software waarmee je op afstand kunt inloggen op het bedrijfsnetwerk.

Diverse statelijke actoren zagen in de coronacrisis een goede gelegenheid om (spear)phishingmails te versturen. Dit zijn e-mails die zogenaamd informatie bevatten over het coronavirus, maar door de actor worden gebruikt om data stelen of malware te installeren. Bovendien nam de dreiging van digitale spionage toe voor overheidsorganisaties, kennisinstellingen en bedrijven die betrokken waren bij de bestrijding en preventie van het coronavirus.

Digitale aanvallen, met name als ze gericht zijn tegen de Nederlandse vitale infrastructuur, kunnen ook worden gebruikt als voorbereidingshandelingen voor sabotage. De AIVD blijft hierop alert. 

Lees meer op aivd.nl/spionage.

Trend: Spionage bedreigt de Nederlandse economische veiligheid.

De economische veiligheid van Nederland loopt risico door landen die technologie en kennis probeerden te stelen. De AIVD verstoorde in 2020 de activiteiten van een Russische inlichtingenofficier. China is op dat vlak de grootste bedreiging. In 2021 gaat de AIVD structureel meer onderzoek doen naar economische veiligheid. Dat zal bijdragen aan het onderkennen, voorkomen en tegengaan van activiteiten die Nederlandse belangen bedreigen. 

Nederland hoort bij de meest ontwikkelde landen ter wereld op het gebied van economie, wetenschap en techniek. Dat maakt het een doelwit voor staten die technologie en kennis willen stelen. China is op dat vlak de grootste bedreiging. De meeste (digitale) spionage van dat land is erop gericht de eigen economie te laten groeien. Het bemachtigen van kennis en technologie is daarbij een speerpunt. Het land toonde in 2020 wereldwijd interesse in de semiconductorindustrie, de telecomsector, bio-farmaceutica en biotechnologie.

Ook Rusland spioneerde in 2020 bij technologiebedrijven in Nederland. In december verstoorde de AIVD het werk van een Russische inlichtingenofficier. Hij had een aanzienlijk, clandestien netwerk van meer dan tien personen die werkten of hadden gewerkt in de Nederlandse hightechsector.

Dat netwerk gebruikte hij om gevoelige informatie te krijgen over onder meer nanotechnologie, halfgeleiders, kunstmatige intelligentie en dualuse-technologie. Hij betaalde sommige personen voor die informatie.

De inlichtingenofficier opereerde onder een diplomatieke dekmantel. In werkelijkheid werkte hij voor de civiele inlichtingendienst SVR. Hij is tot persona non grata verklaard en heeft het land verlaten. Dat geldt ook voor een tweede Russische inlichtingenofficier die ondersteunend werk deed. 

De AIVD heeft de verstoringsoperatie publiek gemaakt om Rusland het signaal te geven dat zulke inlichtingenactiviteiten niet worden getolereerd. En om bedrijven en burgers bewuster te maken van het bestaan van economische spionage. Het kabinet onderzoekt momenteel op welke manier spionage strafbaar kan worden gesteld. 

Ondersteunende afbeelding bij het hoofdstuk: internationale dreigingen en politieke veiligheidsbelangen.

De AIVD zag in 2020 een succesvolle cyberaanval uit Noord-Korea. De dienst zag ook dat Iraanse hackers probeerden intellectueel eigendom te stelen van Nederlandse universiteiten. 

Ook legitieme investeringen en overnames kunnen de Nederlandse economie bedreigen, als daarbij de exclusiviteit van intellectueel eigendom verloren gaat. Zulke investeringen en overnames zijn niet per se bedoeld om de Nederlandse economie schade toe te brengen, maar dat kan wel het resultaat ervan zijn.

Landen kunnen de Nederlandse economie ook schade toebrengen door bijzondere technologie te kopen en uit te dokteren hoe die werkt - reverse engineering. Ook bestaat het risico dat werknemers van buitenlandse vestigingen Nederlandse bedrijfsinformatie stelen. Daarop is niet altijd goed toezicht.

Lees meer op aivd.nl/economische-veiligheid.

Misbruik infrastructuur

De AIVD betrapte diverse landen die in Nederland ICT-infrastructuur huurden om cyberaanvallen te plegen.

De dienst zag in 2020 dat Noord-Korea Nederlandse ICT-infrastructuur huurde om cyberaanvallen te kunnen uitvoeren. Eerder deden China, Iran, Rusland en Turkije dat. De AIVD heeft die aanvallen onderzocht, om beter te zien welke bedoelingen en cybercapaciteiten die landen hebben, en hoeveel activiteiten ze ondernemen.

Misbruik van Nederlandse ICT-infrastructuur tast de soevereiniteit en digitale autonomie van ons land aan, en kan de reputatie van Nederland beschadigen als er niets aan wordt gedaan. Na het onderzoek heeft Nederland waar nodig en wenselijk slachtoffers op de hoogte gebracht en servers offline gehaald.
 

Politieke spionage

Rusland zocht politieke inlichtingen om samenwerking tussen landen te ondermijnen. China vergaarde op grote schaal persoonsgegevens. Die gebruikt het land onder meer om digitale aanvallen te kunnen doen.

Landen spioneren om uiteenlopende redenen - om betere keuzes te kunnen maken, of om politieke besluiten van andere landen te beïnvloeden bijvoorbeeld. Rusland leek in 2020 vooral op zoek naar politieke inlichtingen om zo de democratische rechtsorde in andere landen te ondermijnen. Ook gebruikt het land buitgemaakte informatie om internationale samenwerking dwars te zitten — met name binnen de EU en de NAVO.

De AIVD zag dat Chinese actoren afgelopen jaar weer op grote schaal persoonsgegevens vergaarden. Onder meer reis-, visa-, paspoort-, vlucht-, telefoon-, en medische informatie. China haalt ook persoonsgegevens uit profielen op sociale media en andere openbare bronnen. Dat bleek toen bij een datalek bekend werd dat China de overseas key influential database bijhoudt: een databank met de gegevens van 2.4 miljoen invloedrijke personen.

Bij het vergaren van persoonsgegevens kiezen Chinese actoren ook doelwitten in Nederland. Ook als zij doelwitten in het buitenland infiltreren, kunnen ze daarbij persoonsgegevens van Nederlanders buitmaken.

China gebruikt buitgemaakte persoonsgegevens onder meer om profielen te maken van medewerkers van bedrijven en instellingen waar het land digitaal wil inbreken. De wereldwijde, grootschalige vergaring van persoonsgegevens door Chinese actoren is daarom een bedreiging voor de Nederlandse veiligheid.

Heimelijke politieke beïnvloeding en desinformatie

Rusland verspreidde desinformatie over het neerhalen van vlucht MH17, onder andere via onlinemediaplatforms. China probeerde twijfel te zaaien over de oorsprong van het coronavirus en over de Europese aanpak ervan.

De AIVD spreekt van heimelijke politieke beïnvloeding als landen hun buitenlandse, politieke belangen behartigen op een offensieve manier, maar dat proberen te verbergen. Bijvoorbeeld door desinformatie te verspreiden. Inlichtingendiensten spelen daarbij vaak een rol.

Vooral Rusland probeert in Nederland zo politieke processen te beïnvloeden. Het land probeert het beeld te kleuren dat mensen hebben van het neerhalen van vlucht MH17 boven Oekraïne in 2014. In maart begon het Nederlandse strafproces tegen vier verdachten in deze zaak. Rusland houdt dat proces nauwlettend in de gaten.

Gedurende het jaar organiseerde het land meerdere evenementen om de 'ondeugdelijkheid' aan te tonen van het werk van het Joint Investigation Team (JIT). De Russische militaire inlichtingendienst GRU verspreidde desinformatie over het MH17-onderzoek via onder meer het mediaplatform Bonanza Media. Dat publiceerde verschillende JIT-documenten.

Rusland blijft kritiek uiten op de Nederlandse conclusies over het neerhalen van vlucht MH17. Vaak met de toevoeging dat Oekraïne meer blaam treft dan het krijgt - dat het land het luchtruim volledig had moeten sluiten.

Heimelijke beïnvloeding gaat soms samen met openlijke propaganda. China probeerde in 2020 in Nederland en elders beeldvorming te beïnvloeden rond het coronavirus. Dat deed het land met propaganda, die in de loop van het jaar offensief werd: uitingen prezen de Chinese aanpak, en zaaiden twijfel over de oorsprong van het virus en de aanpak van Europese landen.

Jihadistisch terrorisme in internationaal perspectief

Al Qaida en ISIS staan (lokaal) onder druk, maar blijven zich inspannen om het type infrastructuur op te bouwen dat aanslagen tegen het Westen mogelijk maakt.

Jihadisten pleegden afgelopen jaar diverse aanslagen in Europa. Onder meer in Parijs, Nice, Wenen en Lugano. Waarschijnlijk werd geen van deze aanslagen rechtstreeks aangestuurd door Al Qaida of ISIS. 

Beide terroristische organisaties staan lokaal onder druk. Het leiderschap van ISIS probeert de organisatie weer op te bouwen en versterken in Syrië en Irak, en in diverse provincies daarbuiten. De anti-ISIS coalitie van onder meer de Verenigde Staten, Europese en islamitische landen, hindert de terroristische organisatie daarbij. Dat heeft de capaciteiten van ISIS mogelijk tijdelijk verlamd, ook in het Westen.

Al Qaida staat onder druk in Noordwest-Syrië - een van de belangrijkste strijdtonelen voor de organisatie. Leiders en aanslagplanners van Al Qaida worden stelselmatig aangehouden of gedood. Dat gebeurt bij lokale conflicten met voorheen aan hen gelieerde groeperingen of bij Amerikaanse luchtaanvallen. Hierdoor is de dreiging voor het Westen, waaronder Nederland, op dit moment afgenomen.

Een aantal Al Qaida-leiders is mogelijk uit Syrië gevlucht, en zal elders wellicht plannen voortzetten. Ook zijn er aanwijzingen dat beide terroristische organisaties zich blijven inspannen om het type infrastructuur op te bouwen dat aanslagen in het Westen mogelijk maakt. Beide organisaties tonen zich veerkrachtig. En ISIS bleek afgelopen jaar in staat anderen te inspireren om in hun naam aanslagen te plegen tegen het Westen.

Lees meer op aivd.nl/terrorisme.

Druk op Nederlanders met wortels in het buitenland

Diverse landen zochten in diasporagemeenschappen in Nederland naar tegenstanders van hun regime. Dat kan mensen hier minder vrij maken in hun doen en laten.

Onder meer Turkije, Iran en China hielden hun diaspora in Nederland in de gaten. Ze verzamelden inlichtingen over tegenstanders van het regime, en gebruikten daarvoor menselijke bronnen en digitale middelen.

Statelijke actoren proberen onder meer reis- en persoonsgegevens van dissidenten te krijgen en zicht te houden op hun gedrag. Ze zetten critici van het regime onder druk, en proberen ook de gemeenschap druk op hen te laten uitoefenen. Veel leden van de diaspora hebben familie of bezit in hun land van herkomst - dat wordt vaak tegen ze gebruikt.

De invloed die landen uitoefenen op gemeenschappen in Nederland kan hier spanningen geven. Ook kan het ervoor zorgen dat mensen zich niet meer vrij durven te uiten. Daar komt bij dat sommige overheden bereid zijn geweld te gebruiken tegen critici in het buitenland. In het uiterste geval zijn leden van een diaspora hun leven niet zeker. 

Meer informatie

Ga terug naar de overzichtspagina van het AIVD-jaarverslag 2020.