De AIVD werkt samen met inlichtingen- en veiligheidsdiensten uit andere landen om dreigingen voor de veiligheid van Nederland eerder te kunnen signaleren. Wij mogen echter niet zomaar met collega-diensten samenwerken of gegevens uitwisselen. Hiervoor zijn strikte voorwaarden opgenomen in de Wet op inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Hoe werkt de AIVD samen met buitenlandse diensten?

De samenwerking tussen inlichtingen- en veiligheidsdiensten bestaat vooral uit het uitwisselen van gegevens. Daarnaast voert de AIVD met bepaalde collega-diensten gezamenlijke operaties uit en kan een andere dienst (technisch) worden ondersteund.

Ook het uitwisselen van kennis en ervaring kan onderdeel zijn van een samenwerkingsverband. Daarom zijn onze liaisons in diverse landen gestationeerd op de Nederlandse ambassade. Op het terrein van contraterrorisme maakt de AIVD deel uit van de Counter Terrorism Group (CTG).

Criteria voor samenwerking

Als de AIVD een samenwerkingsverband aangaat, is daarvoor zorgvuldig onderzocht of de dienst in kwestie daarvoor in aanmerking komt. In de Wet op inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv 2017) staan 5 criteria die bepalen wanneer de AIVD informatie mag uitwisselen met een buitenlandse dienst:

  1. de democratische inbedding van een dienst: wat is zijn wettelijke basis en hoe is de (parlementaire) controle in het land geregeld?
  2. de mensenrechtensituatie in een land: zijn er internationale mensenrechtenverdragen getekend en houdt het land – bijvoorbeeld op het gebied van persvrijheid – zich hieraan?
  3. professionaliteit en betrouwbaarheid: kunnen we erop vertrouwen dat een dienst professioneel omgaat met informatie? Deze afweging maken we op basis van eerdere ervaringen van onszelf en die van andere diensten.
  4. wettelijke bevoegdheden en mogelijkheden: wat kan en mag de dienst van een land doen in vergelijking met de AIVD?
  5. niveau van gegevensbescherming: hoe gaat de dienst om met het opslaan en vernietigen van verzamelde gegevens?

Regels voor doorgeven verkregen informatie

Op het uitwisselen van gegevens is een zogenoemde 'derde partijregel' van toepassing. Dat betekent dat de AIVD verkregen informatie alleen mag doorgeven aan een derde partij als hiervoor toestemming is van de dienst waarvan deze gegevens afkomstig zijn.

Andersom geldt dit natuurlijk ook. Als de AIVD informatie deelt met een collega-dienst, dan mag deze dienst die verworven informatie alleen verder verstrekken als wij hiervoor toestemming geven.

Daarnaast is het goed om te weten dat inlichtingendiensten bij het uitwisselen van gegevens in verband met de bronbescherming doorgaans niet vermelden waar deze informatie vandaan komt.

Van samenwerkingscriteria naar wegingsnotitie

De 5 samenwerkingscriteria worden meegenomen in wegingsnotities die de AIVD over al zijn bestaande en potentiële partners opstelt. In de wegingsnotitie, die wordt vastgesteld door de minister of de directeur-generaal (bij een vertrouwde collega-dienst), staat een oordeel over hoe ver de samenwerking met een buitenlandse dienst mag gaan.

Zijn er ontwikkelingen in het land (bijvoorbeeld politieke onrust) die aanleiding geven om de bestaande samenwerking te herzien? Dan wordt de wegingsnotitie herschreven.

Samenwerking met risicodiensten

IMag de AIVD ook gegevens doorgeven aan diensten die minder belang hechten aan mensenrechtenverdragen en democratische principes? Het pertinent en op voorhand uitsluiten van een (tijdelijke) samenwerking met een land dat niet voldoet aan de samenwerkingscriteria is niet wenselijk.

Wij beschouwen deze organisaties wel als risicodiensten. Voor het samenwerken met een risicodienst gelden zwaardere eisen en er is – afhankelijk van wat wij willen doen – sprake van een hoger toestemmingsniveau. De onafhankelijke CTIVD houdt constant toezicht op de AIVD en de buitenlandse diensten waarmee wordt samengewerkt.

Antwoord op veelgestelde vragen

Bekijk ook eens de antwoorden op veelgestelde vragen over onze samenwerking met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten.