Nationale dreigingen

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) beschermt Nederland door (ongeziene) dreigingen tegen de nationale veiligheid te onderzoeken. Dit hoofdstuk behandelt welke nationale dreigingen de AIVD in 2020 onderzocht.

Bij onderzoeken kan de dienst onder meer inlichtingen krijgen van menselijke bronnen, buitenlandse diensten of uit open bronnen. Zo nodig mag de dienst mensen volgen, telefoongesprekken afluisteren en hacken. Meer over hoe vaak de AIVD dat in 2020 deed en welke regels de dienst daarbij volgt, is te lezen op de pagina ‘kerncijfers’.

Voor wie een beeld wil krijgen van hoe de AIVD in het algemeen gevaren opmerkt en onderzoekt: de zesdelige podcast De Dienst volgt een fictieve casus van begin tot eind: aivd.nl/podcast.

Rechts-extremisme

Rechts-extremisten zochten vaker het grote publiek door ideeën te presenteren als respectabel en door aan te sluiten bij publieke protesten. Online was er intensief contact tussen extremisten wereldwijd, waarbij zeer gewelddadige propaganda werd gedeeld.

Rechts-extremistische groepen in Nederland presenteerden hun ideeën afgelopen jaar vaker als een intellectuele manier van denken, die de aandacht verdient van het grote publiek. Het zogenoemde alt-rightgedachtengoed is een mengelmoes van complottheorieën, opvattingen over blanke suprematie, en fascistische, nationaalsocialistische en conservatief-christelijke denkbeelden. 

Aanhangers willen van Nederland een 'blanke etnostaat' maken, waarin mensen met een andere afkomst of cultuur niet welkom zijn. Ze stellen dat het blanke ras anders langzaam verdwijnt, omdat het vermengd raakt met andere rassen. Dat zou de schuld zijn van de overheid en allerlei instellingen. 

Extreemrechtse ideeën bereikten ook een groter publiek omdat rechts-extremisten voet aan de grond kregen bij antioverheidsdemonstraties. Zo bestaan er inmiddels complottheorieën over corona die een variant zijn op de zogeheten omvolkingstheorie – het idee dat 'de Joden de rest van de bevolking willen vervangen'.

Tweede ondersteunende afbeelding bij het hoofdstuk: nationale dreigingen.

Nederlandse rechts-extremisten hadden veel contact met gelijkgestemden in het buitenland, met name in Duitsland.

Vooral online vinden rechts-extremisten van overal ter wereld elkaar. De wereldwijde beweging die online is ontstaan, is zorgelijk.

Extremisten wisselen ideeën uit - rassenhaat en antisemitisme. Sommigen delen ook praktische survivalkennis en wapenhandleidingen. Bovendien delen ze zeer provocatieve en extreem gewelddadige propaganda. 

Vooral (jonge) mannen die toch al kampen met sociale en psychologische problemen zijn daarvoor kwetsbaar. Afgelopen jaar hield de politie in Nederland enkele minderjarigen en jongvolwassenen aan die lid waren van zulke extremistische online groepen. 

Aanslagen in het buitenland lieten zien dat rechts-extremisme kan overgaan in terrorisme. Mede daarom is er reden bezorgd te zijn dat ook in Nederland personen zullen radicaliseren. Dat maakt dat terroristische aanslagen door rechts-extremisten in Nederland op dit moment mogelijk zijn.

Trend: binnen het anti-overheidsprotest ontstaat een voedingsbodem voor extremisme.

Binnen de brede en diverse groep Nederlanders die in 2020 protesteerde tegen de overheid, praatte een kleine groep intimidatie, bedreiging of geweld goed, of was zelfs bereid daar aan mee te doen. Zo kan een voedingsbodem ontstaan voor (meer) extremisme.

Met name het protest tegen coronamaatregelen werd soms grimmig en intimiderend. Sommige demonstranten scholden politici op straat uit voor 'satanisten' en 'kindermisbruikers', ze bezochten wetenschappers thuis, en bedreigden journalisten – enkelen van hen wilden daarna niet zonder beveiliging hun werk doen.

De groepen die meedoen aan demonstraties tegen de overheid zijn divers en hebben diverse motieven. Naar dezelfde demonstraties kwamen zowel ondernemers die hun inkomen verloren, als spirituele groepen en anti-vaxers, die los moeten worden gezien van elkaar en van de hooligans en rechts-extremisten die soms bij dezelfde protesten aanhaakten. 

Wel hebben veel actievoerders gemeen dat ze niet of nauwelijks worden gedreven door ideologie, maar vooral door het gevoel dat zij of anderen onrechtvaardig zijn behandeld of niet gehoord worden door de overheid.

Hun boosheid daarover richt zich niet alleen op beleid, maar soms ook op de mensen die daar in hun beleving voor verantwoordelijk zijn, een groep die sommigen van hen zien als 'de elite'. Daartoe rekent een deel van de actievoerders behalve politici ook ambtenaren, medici, wetenschappers en journalisten.

Het wantrouwen tegen die groepen wordt aangewakkerd door desinformatie, misinformatie en complottheorieën. Een kleine groep actievoerders leeft, beïnvloed daardoor, inmiddels in hun eigen werkelijkheid. 

Sociale media spelen een grote rol bij het organiseren van manifestaties, het delen van complotconstructies en het uiten van boosheid. Voor sommige actievoerders werkt het online delen daarvan als een uitlaatklep, bij anderen werkt het als een blaasbalg. Actievoerders delen ook veel informatie met elkaar op eigen kanalen, zonder enige remming.

Eerste ondersteunende afbeelding bij het hoofdstuk: nationale dreigingen.

Binnen de grote groep die zich op een democratische manier uit tegen de overheid (demonstraties, rechtszaken, eigen informatiekanalen), bestaat een radicale onderstroom van groepjes en eenlingen die verder gaan.

Zij intimideren agenten en wetenschappers door (te dreigen) hun adressen online te zetten of ze thuis op te zoeken.

Ze bedreigen wetenschappers en politici op sociale media, of GGD-medewerkers op straat. Of ze gebruiken daadwerkelijk geweld: het vernielen van teststraten. 

Zulke acties, goedgepraat in een online omgeving waarin boosheid vaak wordt aangewakkerd en gericht is op personen, gecombineerd met aanhoudend en fel (fysiek) protest, verlagen voor sommige actievoerders de drempel voor intimidatie, bedreiging en geweld.

Zo ontstaat een voedingsbodem voor (meer) extremisme, die de aandacht heeft van de AIVD, de Nationale Politie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

Antioverheids-extremisme en -activisme

De aanpak van het coronavirus bracht in 2020 mensen op de been, van wie sommigen extreem wantrouwend zijn en boos op de overheid. Enkele groepen riepen impliciet op tot vrijheidsberoving van politici.

Het coronavirus werkte bij sommige Nederlanders als een katalysator voor antioverheidssentimenten. Extreem wantrouwen en verzet tegen de overheid zijn niet nieuw. Maar sinds de uitbraak van het virus is die weerstand wel breder en pluriformer. 

Er is een onderscheid te zien tussen ‘denkers’ en ‘doeners’. De denkers zijn veelal hoger opgeleid, en in publicaties of vanachter hun podcastmicrofoon delen ze antidemocratische ideeën met een steeds grotere groep volgers. 

De doeners zijn uit op acties in de openbare ruimte. Hun gedachtegoed beperkt zich er soms toe dat ze vooral 'heel erg tegen' zijn, en ze zijn bereid te handelen. Groepen ‘doeners’ zoeken elkaar op. Maar door onderlinge wrijving slagen ze er zelden in structureel samen te werken.

De antioverheidsbeweging lijkt grotendeels activistisch. Actiegroepen organiseerden diverse demonstraties tegen (het coronabeleid van) de regering. Sommige demonstranten gebruikten daarbij geweld tegen de politie. 

Ook roepen sommige aanhangers op sociale media op tot extremere acties – dat presenteren ze veelal als het 'opperen van ideeën'. Het lijkt echter niet waarschijnlijk dat de organisaties en hun kopstukken dreigementen zullen uitvoeren. Antioverheids-extremisme kan de democratische rechtsorde structureel ondermijnen. 

Links-extremisme en -activisme

Links protest uitte zich in 2020 vooral in burgerlijke ongehoorzaamheid en demonstraties op het gebied van antiracisme, klimaatbeleid en vreemdelingenbeleid. Bij acties trokken brede coalities van groepen samen op. 

Links protest in Nederland is al geruime tijd vooral activistisch. Het uit zich, op  incidenten na, vooral in demonstraties en acties van burgerlijke ongehoorzaamheid. Anders dan in het verleden zijn acties nauwelijks nog op personen gericht. Links-extremisme in Nederland kan wel eenvoudig weer oplaaien bij ontwikkelingen in de samenleving. De scheidslijn tussen activisme en extremisme is immers dun.

Veel acties en demonstraties van linkse protestgroepen draaiden in 2020 om antiracisme en het klimaat. Zo waren er antiracisme-acties in het kader van Black Lives Matter, Zwarte Piet en het koloniale verleden. Linkse en identitaire activisten hebben inmiddels een brede coalitie gevormd rond dit thema. Hun acties zorgen soms voor heftige tegenreacties en polarisatie.

Tegen het klimaatbeleid voerden links-activisten geregeld acties, georganiseerd door onder meer Extinction Rebellion. Een groots aangekondigde internationale campagne tegen Shell - Shell must fall - werd wegens corona teruggebracht tot kleinschaliger activiteiten, zoals demonstraties en bekladdingen van benzinestations en kantoorgebouwen. Ook aan deze campagne deed een brede coalitie van activistische groepen mee. 

Een kenmerk van zulke langdurige campagnes is dat ze activistisch beginnen, maar uit de hand kunnen lopen, en uitmonden in bijvoorbeeld vernielingen en brandstichting. Een voorbeeld is Stop the war on migrants, een campagne tegen defensieorderbedrijven die materieel leveren voor grensbewaking. Daarbij werden objecten vernield en in brand gestoken. 

Lees meer op aivd.nl/extremisme

Jihadistisch terrorisme

De AIVD zag afgelopen jaar geen concrete dreigingsplot van jihadisten in Nederland. Toch blijft jihadisme de grootste dreiging voor de Nederlandse samenleving. Het is een beweging die zichzelf in oorlog beschouwt met onder meer Nederland, met de kennis om een aanslag te plegen. 

Het aantal Nederlandse jihadisten bleef in 2020 stabiel - tussen de vijf- en zeshonderd jihadisten in Nederland en zo’n 150 in het buitenland. Dat de beweging nauwelijks groeide, komt door een gebrek aan leiders en door interne verdeeldheid en fragmentatie. Daardoor, en door een groter veiligheidsbewustzijn, treedt de beweging minder naar buiten en bereikt ze minder mensen met haar boodschap. 

Van (netwerken van individuele) Nederlandse jihadisten gaat evenwel blijvend dreiging uit. Ze beschouwen zichzelf in oorlog met het Westen, waaronder Nederland. Het plegen van terroristische aanslagen wordt aangemoedigd en goedgepraat, en binnen de Nederlandse beweging is de kennis en ervaring om een aanslag te plegen. 

Het aantal aanhangers dat uiteindelijk bereid is geweld te gebruiken is klein, maar het gaat om een onvoorspelbare groep. De beweging was in 2020 niet heel anders dan in 2019 en 2018. En toen waren er in Nederland meerdere geweldsdreigingen, verstoorde de AIVD aanslagplannen, en werd in Utrecht een aanslag gepleegd op inzittenden van een tram. 

De komende jaren kunnen bepalend zijn voor de jihadistische dreiging in Nederland. De internationale situatie is daarop sterk van invloed. Een herleving van Islamitische Staat (ISIS) of een nieuw strijdgebied kan jihadisten in Nederland mobiliseren, en ervoor zorgen dat de dreiging sterk toeneemt. De terugkeer van uitreizigers en de vrijlating van jihadisten die nu nog in een Nederlandse gevangenis zitten kan daaraan bijdragen. 

Nederlandse jihadisten nemen ook deel aan de strijd in conflictgebieden. En ze kunnen op niet-gewelddadige wijze bijdragen aan de strijd en aan het in stand houden van de beweging. Onder meer door terroristische organisaties in het buitenland te ondersteunen, propaganda te verspreiden en gedetineerde geestverwanten te ondersteunen.  

Om zicht te krijgen op die verschillende dreigingen doet de AIVD daarom ook buiten Nederland onderzoek naar Al Qaida en ISIS – de belangrijkste drijvende krachten achter de wereldwijde beweging – en naar gelieerde netwerken en groepen in Europa. Meer daarover is te lezen op de pagina over internationale dreigingen en politieke veiligheidsbelangen

Lees meer op aivd.nl/terrorisme

Radicale islam

De AIVD onderzoekt radicale islamitische bewegingen die een bedreiging kunnen zijn voor de Nederlandse democratische rechtsorde. Dit jaar ging de dienst verder met het onderzoek naar het wahhabi-salafisme. Aanjagers daarvan proberen via onderwijs en geld overwicht te krijgen. Het blijkt een minderheid met een disproportioneel grote invloed.

Aanjagers van het wahhabi-salafisme hebben ideeën die haaks staan op de democratische rechtsorde. Die ideeën kunnen op termijn haat, intolerantie en intimidatie bevorderen. De eerste slachtoffers daarvan zijn andersdenkende moslims in Nederland, die beperkt worden in hun keuzevrijheid. Maar ook andersgelovigen en niet-gelovigen. 

De aanjagers erkennen niet de legitimiteit van onder meer de grondwet, de overheid, de politie, de rechtspraak en democratische processen – wat we de democratische rechtsorde noemen. Dat kan voor anderen een voedingsbodem zijn om te radicaliseren naar het gewelddadig jihadistisch gedachtegoed. 

De AIVD keek bij het onderzoek naar wahhabi-salafisme in het bijzonder naar onderwijs en aanjagers en naar inmenging en ongewenste buitenlandse financiering.

Informeel wahhabi-salafistisch onderwijs

Veel van wat wahhabi-salafistische aanjagers doen, is erop gericht aan kinderen een versie van de islam te onderwijzen die zwart-wit is en intolerant – ook ten aanzien van onze democratische grondrechten. Die informele buitenschoolse lesprogramma's propageren afkeer van democratische waarden en de Nederlandse samenleving. Uit onderzoek blijkt dat de lessen zich ook op de ouders richten.  

De buitenschoolse lesprogramma's dragen eraan bij dat de veelal jonge kinderen, van 5 tot 16 jaar, sociaal geïsoleerd raken. Dit kan ertoe leiden dat kinderen afstand nemen van de Nederlandse samenleving, en het gevaar bestaat dat dit op termijn de sociale cohesie aantast en de democratische rechtsorde ondergraaft. 

De groep wahhabi-salafistische aanjagers is beperkt, maar hun aantrekkingskracht is groot dankzij goed verzorgde programma’s, mooie websites en kwaliteitsonderwijs – er zijn wachtlijsten. Ze krijgen daarvoor financiering, zowel uit eigen kring als uit het buitenland.

Ongewenste buitenlandse financiering en inmenging

De Tweede Kamer organiseerde in 2020 de Parlementaire Ondervragingscommissie Ongewenste Beïnvloeding uit onvrije landen. De toenmalig directeur-generaal van de AIVD werd daarbij gehoord. Hij vertelde de commissie dat aanhangers van het wahhabi-salafisme in Nederland een concurrentievoordeel hebben ten opzichte van andersdenkenden in de islam. 

Omdat financiers uit de Golfstaten ze geld verstrekken, kunnen ze een koppositie verwerven als aanbieder van informeel religieus onderwijs. Ook online hebben ze een disproportioneel grote invloed op de moslimgemeenschap.
 
De financiers zijn vaak charitatieve instellingen die zich ook richten op missionaire activiteiten (dawa). Nederland vraagt de Golfstaten om transparantie daarover, maar de betreffende landen hebben niet altijd zicht op de activiteiten van de charitatieve instellingen, of ze willen die om andere redenen niet aan banden leggen. In 2021 zet de AIVD het onderzoek naar buitenlandse financiering voort. Ook zal de dienst de aard en reikwijdte van ideologische beïnvloeding onderzoeken. 

De AIVD gebruikt voortaan de term wahhabi-salafisme om een specifieke vorm van salafisme aan te duiden die mogelijk leidt tot ondermijning van de democratische rechtsorde.

Lees meer over wat deze stroming kenmerkt op aivd.nl/radicale-islam.

PKK

De Koerdische Arbeiderspartij (PKK) gebruikte ook in 2020 geen geweld in Nederland. Gewelddadige acties hier zijn in de toekomst evenmin waarschijnlijk omdat de organisatie hoopt steun te verwerven. 

De PKK is actief in Turkije, maar de AIVD acht het niet waarschijnlijk dat de organisatie gewelddadige acties zal plegen in Nederland en Europa, omdat het als doel heeft hier erkend te worden als gesprekspartner voor de Koerdische zaak. Daartoe hoopt de PKK op termijn geschrapt te worden van de EU-lijst van terroristische organisaties. 

Meer informatie

Ga terug naar de overzichtspagina van het AIVD-jaarverslag 2020.