Een van de taken die de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) de AIVD oplegt, is het onderzoek doen naar organisaties en personen die een dreiging vormen voor de nationale veiligheid.

Onderzoek naar terroristen, extremisten en spionerende landen

De wettelijke taken van de AIVD staan in artikel 8 van de Wiv 2017, tweede lid. De 6 taken van de AIVD zijn hierin aangeduid met de letters a t/m f. 

De eerste taak in die opsomming, die wij daarom ook de a-taak noemen,  gaat over het onderzoek doen naar personen en organisaties die een dreiging vormen voor de nationale veiligheid. Formeel luidt deze taak:

het verrichten van onderzoek met betrekking tot organisaties en personen die door de doelen die zij nastreven, dan wel door hun activiteiten aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde, dan wel voor de veiligheid of voor andere gewichtige belangen van de staat.

Deze onderzoeken richten zich voornamelijk op terroristen, extremisten en landen die in ons land spioneren of (politieke) besluitvorming heimelijk willen beïnvloeden.

Hoe komen wij aan onze inlichtingen?

Veel van de gegevens die de AIVD voor zijn onderzoeken verzamelt, komen uit openbare bronnen zoals de media, wetenschappelijke publicaties of voor iedereen toegankelijke databestanden.

Soms leveren deze bronnen niet voldoende gegevens op over de personen of organisaties die een veiligheidsrisico vormen. Om achter hun werkelijke bedoelingen te komen, moeten wij diepgravender onderzoek doen. Dat is dan alleen mogelijk met middelen die inbreuk maken op de privacy van een persoon. Dan zetten wij bijzondere inlichtingenmdiddelen in zoals afluisteren.

Bijzondere inlichtingenmiddelen mogen wij niet zomaar inzetten, maar daarvoor moeten wij toestemming krijgen van de minister van Binnelandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hiervoor moeten wij  de aanvraag met goede redenen onderbouwen. Daarna moet de toestemming van de minister nog getoetst worden.