De AIVD mag iedereen vragen om informatie als dat kan bijdragen aan de uitvoering van onze taken. De identiteit van de personen van wie wij informatie krijgen, moeten wij te allen tijde geheim houden.

Gesprekscontacten, informanten en agenten

Het verzamelen van informatie of inlichtingen door met personen te spreken heet human intelligence (humint). De AIVD onderscheidt drie categorieën menselijke bronnen:

  • gesprekscontacten;
  • informanten;
  • agenten.

Medewerking aan de AIVD als 'menselijke bron', in welke vorm dan ook, gebeurt altijd vrijwillig.

Gesprekscontacten

Een gesprekscontact is de laagdrempeligste vorm van contact vanuit de dienst. Een gesprekscontact hoeft (nog) geen directe betrekking te hebben op een concreet operationeel onderzoek. Dit contact wordt bijvoorbeeld onderhouden door relatiebeheerders en accountmanagers, maar ook door stafmedewerkers. Ook bij het uitwisselen van kennis door inhoudsdeskundigen van de AIVD met wetenschappers of andere experts vallen deze onder de noemer gesprekscontact.

Mensen die zich melden bij de AIVD omdat ze zeggen relevante informatie voor ons te hebben beschouwen wij ook in eerste instantie als gesprekscontacten. Als blijkt dat de informatie inderdaad voor onze onderzoeken van belang is en meer gesprekken nodig zijn, dan kan de status van het gesprekscontact opgewaardeerd worden tot ‘informant’ of zelfs ‘agent’.

Personen die ons helpen bij de taakuitvoering, bijvoorbeeld omdat ze ondersteunen bij het opzetten van dekmantelbedrijven, vallen ook onder gesprekscontacten.

Informanten

Een informant is een persoon die informatie verstrekt over onderwerpen of personen die belangstelling hebben van de AIVD. Het gaat om kennis die de informant zelf bezit of die hij heeft verkregen vanuit zijn (sociale) omgeving of vanuit zijn functie of werkzaamheden. Hieronder vallen ook medewerkers van bestuursorganen en andere ambtenaren.

Informanten hoeven geen extra activiteiten te verrichten om de benodigde informatie boven water te krijgen. Een voorbeeld van een informant is iemand die ons kan helpen aan een ledenlijst van een organisatie of een passagierslijst.

Het is toegestaan dat een informant ons geautomatiseerd toegang geeft tot bepaalde gegevens waar hij over beschikt. Wij mogen die dan vergeleken met onze eigen gegevens. Dit is vastgelegd in een Algemene Maatregel van Bestuur

Het bevragen van een informant zoals is vastgelegd in artikel 39 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, valt niet onder onze bijzondere bevoegdheden. Wel gelden de vereisten van proportionaliteit, subsidiariteit en noodzakelijkheid. Wij bevragen informanten dus altijd alleen met een bepaald doel en wij spreken niet willekeurig mensen aan.

Voor alle taken van de dienst mogen wij informanten bevragen, dus ook bij het verrichten van veiligheidsonderzoeken en voor de taak voor het opstellen van dreigings- en risico-analyses.

De gesprekken met informanten kunnen worden gevoerd door acquisiteurs, maar ook door relatiebeheerders.

Agenten

Wij kunnen bepaalde personen ook vragen om actief specifieke informatie voor ons te verzamelen. Deze persoon bezit die informatie dus nog niet, maar kan er beschikking over krijgen. Hij moet daarvoor dus bepaalde handelingen verrichten. Zo iemand werkt in dat geval onder instructie van ons. Dit soort menselijke bronnen noemen wij agenten.

Een agent kan in uiterste gevallen ook worden ingezet om bepaalde maatregelen te verrichten in het belang van het werk van de AIVD. Om ervoor te zorgen dat een agent zich een positie kan verwerven in een bepaalde organisatie, kan het zelfs nodig zijn dat hij de wet overtreedt om geloofwaardig over te komen.

Een agent, zoals omschreven in artikel 41 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, is meestal een persoon buiten de dienst, maar soms kan het ook een van onze eigen medewerkers zijn. Deze gaat dan undercover aan het werk. Als een agent zich uitsluitend op internet begeeft en daar informatie probeert te vergaren, noemen wij dat een virtueel agent.

De gesprekken met en de aansturing van agenten worden gedaan door een acquisiteur van de AIVD.

Toestemming voor informanten en agenten

Het bevragen van een informant is geen bijzondere bevoegdheid. Toestemming daarvoor wordt intern gegeven. Als het om een persoon uit een bijzondere categorie gaat, zoals een notaris of een minderjarige, wordt op hoger niveau toestemming gevraagd aan de directeur-generaal van de AIVD of de minister.

Het inzetten en aansturen van een agent wordt wel beschouwd als een bijzonder inlichtingenmiddel. Het verschil zit hem erin dat wij een informant alleen bevragen en een agent inzetten. Voor de inzet van een agent moet de directeur-generaal toestemming geven.

Als een informant of agent de beschikking heeft over een verzameling van grote hoeveelheden gegevens en hij wil deze aan ons verstrekken, dan geldt het speciale beleid over het verwerven en verwerken van bulkdatasets.